Pagina's


Posts tonen met het label kostschool. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kostschool. Alle posts tonen

woensdag 19 juni 2013

Brieven

Grinnikend lees ik de brieven die mijn vader bewaard heeft. Brieven die mijn zus en ik schreven toen wij op kostschool zaten in Kenia. Brieven vol met niets zeggende anekdotes, verhalen over wat wij nou weer aan het doen waren, of korte kattebelletjes met een verzoek om geld of de vraag om er alsjeblieft gauw voor te zorgen dat die trui die wij toch nodig bleken te hebben even op te sturen.
Ik vind het vooral opmerkelijk hoe openhartig wij waren over onze verliefdheden. En dat zijn er heel wat geweest! Ik lees terug hoe ik de spieren beschrijf van mijn nieuwste aanwinst, of schrijf dat die of die met mij zit te flirten, of dat die zo'n lekkere kont heeft (nice ass klinkt toch wel wat leuker eigenlijk). Diverse jongens passeren de revue, in geuren en kleuren beschreven.
Mooi eigenlijk, dat ik er geen moeite mee had om te vertellen waar ik mee bezig was, en welke jongen mijn aandacht getrokken had. 
Helaas zijn de brieven die ik ontving niet bewaard gebleven. Ik heb niet door gehad dat ik daar nog waarde aan zou hechten. Een brief staat mij wel helder voor ogen. Die was zo leuk, en daar heb ik zo om gelachen, dat ik dat vervolgens weer in een van mijn brieven vast heb gelegd. Zo blijft er toch nog een stukje geschiedenis bewaard.

donderdag 13 juni 2013

Slaap

Als er iets is wat ik vroeger goed kon, dan was het wel slapen. Het maakte weinig uit waar ik was, met wie ik was, of in welk vervoermiddel ik mij bevond, slapen kon altijd.
Zondagmiddag was vaak een moment om bij te tanken van de week, zeker op kostschool. Dan hadden wij eerst de zondagdienst, daarna een flinke warme maaltijd, en dan daalde er een vredige rust over het terrein. Vele middagdutjes heb ik gedaan op die zondagmiddagen.
Of op zaterdagen dat wij naar de stad gingen. Daar moest je voor intekenen, dat kon niet zomaar. Je moest er ook extra vroeg voor opstaan omdat je wel even onderweg was. Gauw een ontbijtje naar binnen werken en dan de bus in, om vervolgens een dutje te doen. Na aankomst stevig kilometers maken in Nairobi, winkel in en winkel uit en dan op de terugweg weer een uiltje knappen.
Ik heb charmante foto's van mezelf op vliegvelden, met mijn hoofd op een stoel, in volledige rust verzonken.
Slapen kon leunend tegen iemand aan, of met mijn hoofd op iemands schoot, of gewoon onderuitgezakt. Op een matje op de grond, een stapelbed, een doorgezakt bed of in een slaapzak onder de sterrenhemel. In een hobbelende jeep, een plakkerige bus of een schommelende trein. Slaap was gewoon nooit een probleem.
Of wel? Nu ik erover schrijf herinner ik mij die ene nacht. Wij hadden twee dagen bergbeklimmen erop zitten, op de Kilimanjaro. Er waren meer die de berg wilden veroveren die week, met als gevolg een ernstig tekort aan slaapplaatsen. Uiteindelijk kwam ik terecht in een bedbak met opstaande randen, samen met een ander meisje. Kop aan kont lagen wij daar. Geen ruimte om te draaien, en tot overmaat van ramp had ik ook nog een volle blaas. Veel heb ik niet geslapen die nacht. Misschien heeft dat er wel toe bijgedragen dat ik de top van die berg nooit gezien heb..... 

dinsdag 11 juni 2013

Mombasa

Twee jaar heb ik op kostschool gezeten in Kenia. Mijn laatste twee jaar van het voortgezet onderwijs. Mijn ouders, en mijn broer en zussen woonden toen nog in Ethiopië. Elke drie maanden vloog ik naar huis voor een maandje vakantie. Een maandje reünie met de familie.
De eerste keer dat ik weer thuis kwam was schokkend. Opeens was mijn broertje groot geworden en had hij een baard in de keel! Ik zag hem aan komen lopen en schoot helemaal vol van ontroering. 
Het tweede jaar dat ik er zat werd het eerste jaar dat mijn zus Lise erbij kwam. Gezellig, een zus erbij! Af en toen wilde ik Nederlands met haar praten, even indruk maken, en geheimzinnig doen. Maar daar was zij niet zo'n fan van.
Wij zagen elkaar niet super vaak, ook al zaten wij op dezelfde school. Uiteraard was je wel op de hoogte van elkaars wel en wee. Als wij het niet van elkaar te horen kregen, dan hoorde wij het wel via de tamtam. En ik heb ook wel eens de liefdesverdriet van haar afgewezen vriendjes aangehoord. Mooi meiden waren wij, ik denk dat ik dat gerust mag beweren!
Samen zijn wij een keer op pad geweest naar Mombasa. Ik was toen 17, en zij 15. In de trein. Alleen. In een Afrikaans land. Zonder begeleiding. Gekkenwerk eigenlijk!
Wat een avontuur. Ik zit te glimlachen terwijl ik schrijf :-).
Het was echt een avontuur, want heel precies wisten wij ook niet hoe wij moesten reizen. De trein in Kenia is al een beleving op zich. Daarna met een lokale bus naar een veerboot en tot slot met de taxi verder totdat wij waren aangekomen. Tenminste, zo herinner ik mij het!
Wij konden aanhaken bij een grote groep bekenden die op dezelfde tijd daar waren. Meeliften bij hun in de auto. Wat inhield dat de achterbak open werd gemaakt en daar nog een paar mensen in gezet werden.
Een keer liepen wij in het water langs de kustlijn totdat wij bij een hotel met zwembad waren. Lise trapte op een stuk koraal en had daar de rest van onze vakantie last van.
Ik herinner mij een spontane zoen van een klasgenoot, zomaar. Een onbekende man langs het zwembad die foto's van mij wilde maken. Zwemmen en van de glijbaan af in het donker met een groep jongeren. De slappe lach krijgen in ons verblijf. Van pure vreugde sprintjes trekken en de radslag doen op het strand. Leven tot in mijn tenen. Hoe heerlijk!

Welke herinneringen heb jij Lise? Schrijf jij deel twee van dit verhaal?

donderdag 6 juni 2013

Voogd

Onze voogd was een grote zwarte man, met handen als kolenschoppen. Als hij sprak, dan werd er geluisterd. In het huis was het gezellig. Niet nederlands gezellig met planten in de vensterbank en kleedjes op de vloer en gordijnen, maar gezellig vanwege de bedrijvigheid.
Muzikale zonen zetten hun grote handen op de piano en zongen erbij. Er werd gelachen en er werd gegeten. Je was er welkom, dat was overduidelijk.
Toen ik mijn voogd na jaren weer zag op het vliegveld in Nairobi, toen ik daar aankwam met mijn man, pakte hij zijn hand en zei "thank you for bringing my daughter home". Nog ontroert het mij als ik daar aan denk.

Het was bijzonder eigenlijk, om Keniaanse voogden te hebben. Omdat onze ouders in een ander land woonden dan waar wij op school waren, was het nodig om voogden in Kenia te hebben. Mijn ouders hadden contact met  het oudste kind van deze bijzondere man en zij stelde voor dat hij de verantwoordelijkheid voor ons zou nemen bij rampspoed en tegenslag. 
Na de eerste onzekere ontmoeting volgde hartverwarmend contact. De jongens sloofde zich voor ons uit. Vader zorgde op afstand, moeder was lief en kookte lekker. Een keer kwam ik terug van een weekendje bij ze met mijn armen vol bloemen, die had een van de zonen voor mij gekocht.
We  hebben gelachen en geflirt en genoten van de aandacht.

Nu is er een boek verschenen over deze man. Het heet "I don't eat blacks - the life of Richard O Ondeng".  Die ga ik hoe dan ook lezen. Want eerlijk gezegd wist ik toen maar weinig van deze man, die toch wel een bijzondere geschiedenis blijkt te hebben.

donderdag 23 mei 2013

Creativiteit

Het voordeel van het amerikaans schoolsysteem is dat er veel ruimte is voor creativiteit. Zo heb ik tijdens schooltijd klarinet leren spelen, leren boetseren en pottenbakken, schilder- en tekenles gehad,  in een koor gezongen, en toneel gespeeld. En op aardig hoog niveau, al zeg ik het zelf. Er werd opgetreden en tentoongesteld. Echt heel erg leuk om allemaal te doen!
En als kind las ik niet alleen graag, ik kon ook heel blij worden van een schrijfopdracht op school. 

Mijn studiekeus was mede op die creatieve input gebaseerd. Uiteindelijk heb ik twee jaar van de studie Creatieve Therapie af kunnen maken voordat ik zwanger werd en een paar jaar full-time moeder was.

Mijn creativiteit is langere tijd niet echt tot uitdrukking gekomen. Voor mijn 40ste verjaardag vroeg ik een eigen fototoestel. Het blijkt dat foto's maken ook een beetje uiting geeft aan een creatief stukje van mij. En schrijven... de wereld van blogs ging al eerder voor mij open. Zo heb ik jarenlang een dagelijkse blog bijgehouden. Niets bijzonders eigenlijk, gewoon de koetjes en kalfjes van mijn alledaags leven. Maar het schrijven gaf mij wel een boost.

Het afgelopen jaar heb ik een andere creatieve kant herontdekt. Mijn "freubel" kant. Knippen en plakken met teksten en plaatjes en stofjes en papiertjes. Heerlijk, ik kan er helemaal in opgaan!

Leuk om te zien dat een kant van mij die vroeger prominenter aanwezig was weer ruimte krijgt. 

dinsdag 30 oktober 2012

Mijn zus



Mijn lieve reizende ondernemende internationale zus geeft een blik in haar leven! 

"Ik ben van nature niet echt een ‘blogger’ maar ik weet dat mijn zus Marit erg geniet van ‘details, details en nog meer details’. Ik weet dat ze een blog van mij erg zal waarderen.  Het feit dat het in Nederlands moet vindt ik al erg onnatuurlijk! Ik hoor in mijn eigen hoofd mijn accent steeds erger worden met de jaren. Ik woon al sinds 2004 min of meer in het buitenland, en ik ben inmiddels met een Australiër getrouwd. Ik spreek nu veel minder Nederlands, en merk dat het mij steeds moeilijker vergaat. Zelfs met mijn eigen familie hoef ik geen Nederlands te spreken, het gaat ons nou eenmaal makkelijker af in het Engels. En toch spreek ik alleen maar Nederlands met mijn dochtertje. Het klinkt nou eenmaal leuker en liever. En als ik het eerlijk toegeef wil ik haar toch mee geven dat ze ook Nederlandse is. Ik denk dat zij ook met een accent zal spreken, vooral omdat mijn man nu ook in het ‘Nederlands’ begint te praten tegen haar. 

Inmiddels is Nadia, onze dochter, 14 maanden oud en heeft ze de hele wereld al afgereisd. En gelukkig reist ze goed. Ze is gemaakt in Ethiopië, geboren in Tasmanië,(Australië) en ze woont al sinds ze 7 maanden oud is in Liberia, West-Afrika. Ze is al in Nederland, Engeland, en Marokko op vakantie geweest. Haar leven zal vrijwel zeker blootgesteld worden aan veel meer landen en culturen. Mijn man en ik zijn beiden in het ‘buitenland’ opgegroeid. Ik in Ethiopië en Amerika, mijn man in Peru, Indonesië, Panama, Pakistan en Nicaragua . We waren beiden 11 jaar toen we naar onze land van ‘herkomst’ verhuisden. Ik kan niet echt zeggen dat we thuis kwamen want zo voelde dat niet. Ik sprak niet eens fatsoenlijk Nederlands, en hij sprak met een Amerikaans accent wat in Australië niet echt acceptabel was (of is). Nu is hij ook nog met een vrouw getrouwd die een Amerikaanse accent heeft (volgens de niet Amerikanen dan, Amerikanen zullen nooit zeggen dat ik een Amerikaans accent heb). 

Eigenlijk heb ik al een paar kern ervaringen laten vallen die mijn leven erg beïnvloeden. Ik ben in Nederland geen Nederlander want ik spreek met een accent. In het buitenland kunnen ze mijn accent ook niet plaatsen, dus waar kom ik nou eigenlijk vandaan? Om het nog mooier te maken, kon ik in mijn eigen geboorte land (Ethiopie), wat als thuis voor mij voelt, niet een verblijfsvergunning krijgen, en nu ik met een Australiër ben getrouwd en een Australisch kindje ter wereld heb gebracht betekent dat ook niet dat ik een Australisch verblijfsvergunning snel zal krijgen! Het is de ‘story of my life!’ Het is niet altijd makkelijk geweest en dat is het nog steeds soms niet, maar dat is het leven.  

Toch kiezen mijn man en ik er bewust voor om onze kinderen aan hetzelfde bloot te stellen.  De reden… Mijn ervaringen als kind hebben mij gevormd tot wie ik nu ben en de beslissingen beïnvloed die ik heb gemaakt om te zijn  waar ik nu ben. Ik herinner mij als kind de armoede en de onrecht en dat kon ik niet vergeten of zo makkelijk van mij afzetten. Ik moest en zou er wat aan gaan doen! Natuurlijk ben ik niet meer zo idealistisch en zie en begrijp ik de realiteit veel beter. Maar dat neemt niet weg dat ik nog steeds mijn bijdrage wil leveren op mijn kleine manier. Mijn man en ik hadden dit al vrij snel door toen we vrienden waren, dat we dit gevoel deelden. Het opgroeien in het buitenland heeft mij toleranter gemaakt, begripvoller en opener. Dat zijn kwaliteiten die ik graag aan mijn kinderen mee wil geven. Gisteren zaten we bij het strand in een restaurant en Nadia werd opgepakt en gezoend door Ethiopiërs, Liberianen en Chinezen. Dat doet mijn hartje goed. Zoals de mensen van alle nationaliteiten haar omarmen nu, wil ik dat zij hun bewust omarmt in de toekomst. Als wereld burger. 

De wereld  wordt tegenwoordig ook steeds maar kleiner, de grenzen vervagen, zij zal er op haar manier mee om moeten leren gaan. De manier waarop we ervoor kiezen om continuïteit te bieden is om, waar we ook zijn, de moeite te doen om van ons huis een thuis te maken. We hebben besloten Tasmanië tot onze thuisbasis te maken. Dat houdt in dat ons huis daar staat, en dat we daar vaak naar terug zullen gaan en de contacten met vrienden goed zullen onder houden. Als we besluiten naar Australië of Nederland te verhuizen dan doen we dit op het meest leeftijd vriendelijk moment. Dit zal dan zijn tijdens de overgang tussen de natuurlijke fases van school (basisschool- middelbare school- universiteit etc, daarna zijn ze hopelijk het huis uit). We zorgen ervoor dat de kinderen in ieder geval Nederlands kunnen verstaan en spreken. We proberen ervoor te zorgen veel in onze familie en vrienden te investeren zodat er in ieder geval continuïteit is. In tegendeel tot de positieve ervaringen van Marit kiezen wij er bewust voor onze kinderen nooit op een kostschool te doen. Mijn man heeft op kostschool gezeten en dat was de meest ongelukkige tijd van zijn jeugd. Het meest belangrijk is dat we ons gezin als team behandelen, als een familielid niet gelukkig is met dit leven dan zorgen we ervoor dat we wel met z’n allen gelukkig kunnen worden ergens anders. 

De wereld ligt aan onze voeten!"

maandag 29 oktober 2012

Wasgoed

Onze kleding werd centraal gewassen op kostschool. Iedereen werd geacht een "wastas" te hebben die wekelijks ingeleverd kon worden met vieze kleren. Na een paar dagen kon je in de rij gaan staan en je schone kleding keurig opgevouwen weer ophalen.
Om dat logistiek allemaal voor elkaar te krijgen moest je natuurlijk alles voorzien van naamlabels. Met veel pijn en moeite had ik samen met mijn moeder naamlabels in al mijn kledingstukken genaaid. Met de hand geschreven, met de hand geknipt en met de hand ingenaaid. Van onderbroeken tot pyjama's en bh's tot sportkleding, alles moest voorzien worden. Al naaiend kwamen wij erachter dat wij eigenlijk niet genoeg labelstof hadden. Dus wij besloten mijn naam in te korten. Marit Brandsma werd Marit Br. Scheelt toch weer een paar letters!
Na een paar weken op school begon ik kledingstukken te missen. Ik snapte er niets van! Van wat ik inleverde kwam maar de helft terug. Niet handig, als je maar een keer in de week je was mag inleveren.
Toen mijn nood eenmaal tot mij doordrong, waarschijnlijk pas toen ik mijn laatste schone onderbroek aan trok, ben ik gaan uitzoeken wat er aan de hand was.
Wat blijkt? Marit Br. werd toch echt niet als volwaardige naam beschouwd. De lieve wasvrouwen legden mijn kleding opzij, in de categorie "zonder naam". Die categorie was door hun toedoen inmiddels aardig gegroeid.
De volgende keer dat ik mijn was ging ophalen zag ik een briefje hangen in het washok: "Marit Br. is Marit Brandsma." En gelukkig kon ik vrij snel daarna weer schone onderbroeken aan.

zondag 16 september 2012

Kostschool, deel 2

Ik las met frisse ogen mijn kostschool ervaringen en realiseerde mij dat het kil en kaal over zou kunnen komen.

Wat je niet leest, maar wat er wel was, was de camaraderie onderling. Het bruisend geheel van 500 leerlingen van diverse pluimage die zich bezig houden met voetbal, rugby, basketbal, fotografie, toneel, of muziek (of allemaal). Het feit dat je amper over het terrein kon lopen zonder een praatje met deze of gene aan te knopen. Het gegons in de eetzaal, muziek in de recreatieruimte, de coach die aanwijzingen roept op het veld. Er was altijd wel iets te om te doen of iemand om mee te spreken, behalve in de minuten voordat je binnen moest zijn. Als je je dan nog buiten bevond, dan was het pas echt stil!

Vervolgens kwam je in het gegons van de dormitory terecht. Met meiden die door elkaar kletsen, open deuren waar muziek uit komt, iemand die een instrument aan het bespelen was, wc's die werden doorgetrokken, föhns die topuren maakten. Totdat het tijd was om te studeren, en je verplicht was om stil te zijn en je te focussen op je huiswerk.

Zondags gingen wij allemaal naar de kerk. In onze leukste kleding. Zondagmiddag was ongeveer de enige middag dat er geen bedrijvigheid was. Geen sport, geen toneel, alleen rust. Na de zondagmiddagmaal hing er rust over het terrein.  Ik heb regelmatig lekker bijgeslapen op een zondagmiddag, of loom in het gras gelegen met een boekje erbij.

Die combinatie van structuur en bedrijvigheid vond ik heerlijk. Eigenlijk heb ik mijn eigen leven pas leren plannen nadat ik naar Nederland kwam. Voor die tijd werd mijn leven gepland. In Ethiopië en Amerika  door ouders waarvan ik afhankelijk was voor vervoer. Op kostschool door de regels van de school. Eigen keuzes maken hoefde niet, en kon soms ook niet.
Toch stammen mijn leukste herinneringen uit mijn kostschool tijd en kan ik soms wel verlangen naar een tijd waarin ik niet zelf aan de roer van mijn leven sta, maar mij lekker even kan laten leiden. ;-).

donderdag 13 september 2012

Kostschool, deel 1


Ik heb op kostschool gezeten. Kostschool heeft voor velen de associatie met opgesloten worden en weinig mogen, of de associatie met boeken van Enid Blyton, voor degene onder ons die nog oud genoeg zijn om zich dat te herinneren.
Beide beelden kloppen niet, in ieder geval niet met hoe het voor mij was de twee jaar dat ik er op zat.

Mijn kostschool, Rift Valley Academy, was in Kenia. Een flink aantal gebouwen, speelvelden, eetzalen... eigenlijk was het een dorp op zich. Het was gebouwd tegen de rand van een heuvel aan. Als je naar biologieles moest, dan kwam je hijgend en puffend aan, hoe goed je conditie ook was, omdat je eerst 100 trappen naar boven had moeten lopen.

Slapen deden wij in dormitories. Dat wordt in het Nederlands vertaald als studentenhuizen. Elk huis, of elke verdieping had een "moeder" die de boel in de gaten hield en zorgde voor rust, reinheid en regelmaat. Bij de meiden was dat altijd een alleenstaande vrouw, bij de mannen was het vaak een echtpaar. Ook daar moest nagedacht worden over misbruik natuurlijk! En maar goed ook, want volgens mij zou je het als man knap moeilijk krijgen als er steeds maar mooie meiden je huis in en uit huppelden, al dan niet schaars gekleed.

Als er wel eens een man in huis kwam, en dat was een zeldzaamheid, dan werd die aangekondigd met luid geroep. "MAN ON THE FLOOR" werd er dan geschreeuwd, zodat iedereen wist dat ze niet op dat moment in handdoekje op weg naar de douche moesten gaan. Vaak vlogen de deuren van de kamers dan toch open, nieuwsgierig om te zien welke man zich in de vrouwenheiligdom begaf.

Eten deden wij in de eetzaal. 's ochtends, 's middags en 's avonds werden er lange rijen gevormd. Vervolgens kreeg je een ijzeren dienblad met verdeelvakken en kon je daar je eten opscheppen. Vermoedelijk gebruiken ze die dienbladen nog steeds want ze waren onverwoestbaar. Bepaalde gerechten kwamen steeds terug, vaak tot groot ongenoegen. Zo hadden wij een gerecht dat in het engels shepherds pie heet (Herderstaart). Aardappelpuree, gehakt en groente. Dat werd vaak shepherds pile genoemd, oftewel herderstront. Daar leek het ook wel een beetje op.  Soms kregen wij lapjes rundvlees bij het ontbijt. Die waren dan zo taai dat wij ze schoenleer noemde.

Snackjes kon je bij het winkeltje kopen, als je geld had. En soms hadden de "moeders" een voorraadje koekjes en/of cola in huis die je dan ter plekke kon kopen als je echt verging van de honger of trek.

Douchen deden wij in grote ruimtes met meerdere douches, een beetje een kampgevoel kreeg je dan. Ochtenddouches waren zeer gewild, dus daar deed ik maar niet aan. In alle rust douchte ik 's avonds, en bleef ik 's ochtends lekker wat langer liggen. Toen was ik ook een uitzondering tussen alle amerikaanse meiden. Ik had namelijk maar tien minuten nodig om aangekleed en al klaar te staan om te ontbijten. Terwijl menig meisje dan al uren bezig was geweest met haar en make-up. En ik overdrijf maar een klein beetje ;-)

Op de foto ben ik de middelste. Bij een pizzaparty bij de "moeder" in huis. Dan hoefden wij even geen massavoer te eten en konden wij in een klein groepje gezellig met elkaar kletsen.

Al schrijvend komen er zoveel herinneringen bovendrijven dat ik hier maar een deel twee aan vastknoop een dezer dagen!

zondag 26 augustus 2012

Kerken

Ik ben opgegroeid met zondags naar de kerk gaan. Dat doe ik nog steeds.

In onze omzwervingen in de wereld kwamen wij in een grote diversiteit aan kerken.  Zo heb ik, samen met broer en zussen,  een jaar op de school van Jimmy Swaggart gezeten en waren wij ook lid van zijn kerkgemeenschap. Massale kerkdiensten met ongeveer 5000 mensen. Vol evangelisch, handen in de lucht, gepassioneerde preken en galmende koren. Hij had een television ministry, een bijbelschool, een lagere en middelbare school en een gigantische kerk."Maar wie is Jimmy Swaggart dan?" hoor ik sommigen van jullie vragen. Hij was een bekende televangelist die in 1988 toegaf dat hij overspel had gepleegd met een prostitué. Beelden van zijn confession (start rond 2:47) zijn een poos te zien geweest rond die tijd.

Maar ik ben ook naar Keniaanse kerkdiensten geweest. Waar je ruim de tijd voor uit moet trekken. Zeker als het kerkdiensten in de bush zijn. Daar kan een dienst rustig een uur of vier duren. En soms langer. Geduld is dan een schone zaak.

Ethiopische diensten in de koptische kerk zijn liturgisch en traditioneel.Volgens mij heb ik nooit een hele dienst meegemaakt, wel de processies buiten. Vol met geur en kleur. Geweldig mooie gewaden, fel gekleurde paraplus, prachtig bewerkte kruizen, en wierook. Ethiopië heeft een ontzettend rijke kerkgeschiedenis, en is daarin echt anders dan andere afrikaanse landen.

Mijn kostschool was christelijk, met een mengeling aan denominaties. Ik had meisjes in de klas alleen maar in rok mochten lopen en hun haar niet mochten knippen. En anderen die meer evangelisch waren. Of europeanen zoals ik die christen waren maar niet moeilijk deden over roken, drinken en dansen. Eigenlijk heel mooi hoe wij op de school met elkaar optrokken en gezamenlijke kerkdiensten hadden. Ik heb nooit gemerkt dat mensen vanwege geloofskwesties niet met elkaar op konden schieten.

Toen ik in Nepal was, op bezoek bij mijn ouders, liep ik tempel in tempel uit en zag ik het verbranden van lichamen langs de rivier. Weer een heel andere geloofsbeleving. Een land waar een man ooit tegen mij zei "in  your country God makes you, in our country we make gods." Dat kan ik alleen maar beamen.  

Vanmiddag ga ik naar een internationale kerk in Amersfoort. Gewoon, even snuffelen. Kijken hoe ik het vind om in een internationale omgeving mijn geloof te vieren, na zoveel jaar Nederlandse kerk. Ik ben benieuwd!

maandag 20 augustus 2012

Verschil

Ook in de wereld van mensen die opgroeien in het buitenland zijn er onderlinge verschillen. Het maakt nogal  uit of je uitgezonden wordt door een zendingsorganisatie, of door een regering of een multinational.

Mijn vader werkt in de leprazorg. Dit heeft hij jaren gedaan via de Leprastichting, en ook een aantal jaar via de Leprazending. De leprastichting is niet christelijk, de leprazending wel. In de salarissen en arbeidsvoorwaarden zie je vaak het verschil. En ook in hoe mensen benaderd worden natuurlijk!

Wij hebben altijd een beetje gezweefd op het grijze vlak tussen zendings- en ontwikkelingswerk. Jarenlang hebben wij de voordelen gehad van het werken voor een niet zendingsorganisatie en het dus meer horen bij de "expat" wereld. Meer salaris, meer ruimte voor vakanties, het gewoon vinden om jaarlijks terug te gaan naar je thuisland. Maar mijn ouders zijn wel al die tijd christen geweest, en dus kwamen wij ook in aanraking met zendelingen die moesten leven van support die zij zelf moesten genereren, of met salarissen en arbeidsvoorwaarden die nou eenmaal minder riant waren.

Voor mij werd dit het scherpst neergezet toen ik een keer op kostschool zat en mijn zakgeld op was. Ik belde mijn ouders en er werd meer geld gestort. Het ging misschien om 200 shilling of zo, zeker weten doe ik het niet. Maar toen ik dat opnam, voor een dagje winkelen, toen kwam een klasgenoot van mij ook bij de balie staan. Hij nam 20 shilling op. En meer had hij echt niet, dat kon ik aan hem merken. Hij moest voorzichtig doen met het geld en ik kon (in ieder geval op dat moment) mijn handje ophouden bij mijn ouders en kreeg het geld zonder vragen.

Het luxe van het expatleven heb ik dus zijdelings meegekregen, en daarnaast de soberheid van het zendingsleven. Ook daarin hoorde ik niet helemaal bij het een of het ander.
Volgens mij kunnen wij rustig concluderen dat dat de rode draad door mijn leven is!

woensdag 8 augustus 2012

Ruimte, ruimte, ruimte

Een van de dingen die ik chronisch mis hier in Nederland is een gevoel van ruimte. Ik ben opgegroeid met heuvels, bergen en valleien om mij heen. Niet dat ik mij daar altijd zo verschrikkelijk bewust van was, dat uitzicht was er gewoon.

Hoewel ik mij wel bewust was van de uitzichten toen ik in Kenia op kostschool zat. Daar kon je op het rand van het voetbalveld zitten en een eindeloos stuk van je afkijken met in de verte een uitgestorven vulkaan. Dat uitzicht is zo geliefd dat er nu zelfs een webcam op gericht staat zodat oudstudenten nog even van het uitzicht kunnen genieten.  (misschien doet de link het hier).

Op een of andere manier ervaar ik een enorme innerlijke rust op het moment dat ik zo'n eind van mij af kan kijken, een ontspanning en ook weer opdoen van energie die ik in Nederland alleen maar een beetje ervaar als ik bij water sta of bij de zee ben.
Reizen vind ik daardoor ook echt geweldig. Nieuwe dingen zien, van mij af kunnen kijken, ruimte voelen en ervaren.
Helaas is dat een keerzijde van het opgroeien in het buitenland en het nu hier wonen. Ik mis de ruimte!!

donderdag 19 juli 2012

Scholen

Wat een variatie heeft er eigenlijk gezeten in de scholen waar ik naar toe ben geweest!

Mijn lagere school en een jaar voortgezet onderwijs was op ICS, de International Community School of Addis Ababa. Amerikaans schoolsysteem, engels gesproken, behoorlijk internationaal inderdaad. Klasgenoten van alle continenten, leraren uit allerlei landen. Op een gegeven moment had ik vriendinnen uit Bangladesh, Canada, Oeganda, Korea, Zweden, Noorwegen, en Ethiopië, en was ik verliefd geweest op een Belg, Boliviaan, Nigeriaan, Italiaan en een Nigeriaan. En dan vergeet ik vast nog een paar landen!

Middenin onze lagere schoolperiode besloten onze ouders ons over te plaatsen op de christelijke school voor zendingskinderen, Bingham Academy, ook in Addis Ababa. Daar hebben wij ongeveer vijf dagen op gezeten. Of misschien waren het er drie. Die school paste namelijk lijfstraffen toe, en niet te zuinig ook. Op een van de weinig dagen dat ik er was was ik mede oorzaak van wat geroezemoes in de klas. Mijn buurman werd er op aangekeken, en die kreeg er vervolgens van langs met een houten liniaal in zijn hand. Ik ben erg geschrokken, en alle spontaniteit was prompt verdwenen. Mede een reden voor mijn ouders om ons toch weer terug te plaatsen op onze oude school.

In Nederland heb ik een aantal weken op een kleine dorpsschool gezeten, waar nog echt handwerkles gegeven werd! De jongens lekker timmeren en zagen, en de meisjes mochten met een kopje thee en breipennen aan de slag. Ik zie mij nog zitten, met mijn zielig pannenlapje. Op die school leerde ik dat iets "iezig" kon glimmen, en ook leerde ik  "sliep uit" met bijpassend gebaar. Onontbeerlijk toch, voor een Nederlands kind?

Louisiana betekende de overgang naar christelijke privéscholen, waarvan een jaar zelfs op de school van Jimmy Swaggart.  In uniform wel te verstaan. Zelfs als het koud was mocht je geen broek aan, en je rok mocht zeker niet te kort. In de gymzaal werd tijdens het gymmen een groot gordijn opgehangen, zodat jongens en meisjes gescheiden konden sporten....

De kostschool in Kenya, Rift Valley Academy, was het leukst. Heel veel activiteiten op een mooi terrein. Daar heb ik in het koor gezeten, klarinet gespeeld in de harmonie, toneel gespeeld, op diverse excursies geweest, leren pottenbakken en tekenen, en heb ik gesport. Een erg creatieve uitdagende tijd. Voor jonge kinderen zou ik kostschool zeker niet aanraden, maar voor mij als tiener was het geweldig! 



vrijdag 6 juli 2012

Vraag Een

Drieculturen heeft gevraagd of ik een vragenlijst voor haar in wil vullen over hoe ik ben opgegroeid. Dat wil ik wel, dus de komende tijd zullen jullie een aantal vragen van haar beantwoord zien op deze plek:


In welke landen heb je gewoond en hoe oud was je toen? Wat voor soort werk deden je ouders waar voor je in het buitenland moest wonen?

Ik ben geboren in Noorwegen in 1971 uit Nederlandse ouders. Ik heb dus ook gewoon een Nederlands paspoort en de Nederlandse nationaliteit. Na mijn geboorte in Noorwegen zijn mijn ouders terugverhuisd naar Nederland, nota bene heel dicht in de buurt waar ik nu woon. Ik kreeg er een zusje bij in 1973, toen ik anderhalf was. Maar de verhuis en reiskriebels waren bij lange na niet uitgewerkt bij mijn ouders, dus het werd tijd voor de volgende verhuizing, naar Oeganda. Daar heeft mijn vader gewerkt in een lepraziekenhuis, in Kumi. Ik geloof dat daar zijn leprafascinatie is ontstaan, want lepra staat centraal in de rest van onze verhuizingen. Mijn vader is van oorsprong fysiotherapeut, maar inmiddels handtherapeut/wetenschapper/onderzoeker/schrijver/trainer/docent/begeleider/coördinator en weet ik nog wat allemaal meer. Wel veel op gebied van lepra, maar ook nog breder dan dat. 

Mijn broer is in Kumi geboren, in 1975. In de bush bush, met risico op hemofilie, wat hij gelukkig niet bleek te hebben. Ongeveer 3 jaar later verhuisde wij naar Ethiopië, Addis Ababa. Daar heb ik eigenlijk mijn hele lagere school periode gewoond, weliswaar in verschillende huizen op het terrein van het ziekenhuis (Alert), maar wel steeds op dezelfde school. (nou ja, grotendeels dan, maar dat is een verhaal voor een ander moment). Mijn jongste zus is daar geboren, in 1978. Toen was ons gezin compleet, vonden mijn ouders.

Net voor het eind van groep 8 hebben wij afscheid genomen van Ethiopië. Dit afscheid herinner ik mij erg goed. Wat heb ik gehuild, en mij erg verdrietig gevoeld! Wij zijn toen verhuisd naar Louisiana, de Verenigde Staten, via een korte omweg in Stroe (ja, Stroe in Nederland).  In Louisiana woonde wij op het terrein van een voormalige leprakolonie in Carville. Afgelegen, ver van de stad en sociale contacten. Wij hebben veel met elkaar opgetrokken als kinderen! 

Op mijn 15de zijn wij terug verhuisd naar Ethiopië, naar hetzelfde terrein en dezelfde school als waar wij eerder hadden gewoond. Ik ben toen een jaar naar dezelfde school geweest, maar de laatste twee jaar van mijn middelbare school vloog ik heen en weer tussen Kenia en Ethiopië omdat ik op kostschool zat. En hoewel  kostschool misschien nare associaties heeft, kan ik volmondig zeggen dat ik daar de meest zorgeloze en avontuurlijke jaren van mijn leven heb gehad. 
Met mijn high school diploma op zak ben ik in 1989 aangekomen in Nederland, samen met de rest van mijn familie.  Toen is, in mijn beleving, de tweede helft van mijn leven begonnen. 

Een saaie kale opsomming is dit. Het doet geen recht aan de beelden die flitsen door mijn hoofd, de geuren en kleuren die ik gezien heb, de ervaringen die ik heb meegemaakt. De beleving achter deze karige woorden  komt hier niet uit, terwijl de verhalen wel door mijn hoofd heen gonzen, zoekend naar een uitlaatklep. Maar ik moet mezelf ook afvragen of woorden ooit echt de indrukken kunnen vangen die ik graag over wil brengen!