Pagina's


zaterdag 28 juli 2012

Field trip

Voor zijn werk ging mijn vader regelmatig op een field trip, langs lepraprojecten.  Een keer zijn mijn zus en ik met hem meegegaan. Achterin een stoffige jeep, naar een klein dorpje, met wat drinken en een lunchpakketje.
Twee dingen weet ik mij nog te herinneren:
Op een gegeven moment was het lunchtijd, en onze boterhammetjes waren op. Of misschien hadden wij wel geen boterhammen mee, want injera werd toch overal gebakken en dat vonden wij heerlijk. In ieder geval bevonden wij ons op een gegeven moment in een donker hutje met voor ons een grote schaal met injera. Bij de injera geen pittige sauzen, of groente. Nee, op de injera lag een grote hoop rauw vlees. Mijn vader heeft daar nooit moeite mee gehad, die eet dat rauwe vlees rustig op. Wij niet... Met handen en voeten werd duidelijk gemaakt dat wij toch echt liever gebakken vlees wilden. Onbegrijpelijk voor degene die dat klaar moest maken. Uiteindelijk werd de boodschap duidelijk en werd het vlees teruggenomen. 2 minuten later werd het ons aangeboden. Heel licht grijs, nog roze in  het midden, maar meer gebakken dan dat kregen wij niet voor elkaar. De injera was wel verrukkelijk, vers gebakken boven een klein rokerig vuurtje.
Op die dag kwamen wij ook langs een markt met grote stapels suikerriet. Wij kenden het wel, maar hadden het nooit veel gekocht. Nu dus wel. Lange stukken werden in stukken gehakt en achterin de jeep gelegd.
Daar zaten wij dan, achterin de jeep, al hobbelend en bobbelend. Met ieder van ons een halve meter suikerriet in de handen. Geen mes te bekennen, alleen maar handen en tanden. En sterk dat dat suikerriet is! Je moet er echt met  grof geweld aan trekken met je tanden, om bij de vlezige, dradige binnenkant te komen die je vervolgens tot pulp maalt in je mond om het heerlijke zoete sap te kunnen doorslikken en dan een vieze kleffe prop uit te spugen.
Kilometers hebben wij afgelegd, al trekkend, scheurend en kauwend. Dagen daarna had ik nog pijn in de wortels van mijn tanden. Mijn moeder foeterde nog op ons, dat het echt onverantwoord was om zonder mes dat suikerriet aan te vallen. Maar niets kon ons er van weerhouden om die heerlijke zoetigheid in ons op te nemen. Snoep was namelijk een zeldzaamheid in Ethiopie, en dit was een verrukkelijke manier om een gezonde dosis suiker binnen te krijgen.

maandag 23 juli 2012

Kikoi

De zon schijnt! Deze zomer is dat een beetje een zeldzaamheid hier in Nederland.
Voor mij betekent het dat ik het liefst in zomertenue tevoorschijn kom. Een t-shirt, kikoi, slippers als het moet, maar het liefst blote voeten.

Als ik zo door de straten kon lopen dan deed ik dat, maar om man en kinderen te sparen doe ik het niet en houd ik mij keurig binnen de grenzen van onze achtertuin. Zo'n doek, lekker makkelijk om je heen geknoopt, dat zit toch heerlijk?  Waarom zou een mens meer aandoen met dit weer?
En als je er eentje extra meeneemt dan heb je gelijk een handdoek, tafelkleed, picknickkleed, sjaal en laken meegenomen. Het ultieme gemak van een stuk stof.

Ik herinner mij reisjes in Kenia waarin de kikoi niet gemist kon worden, en inderdaad dienst deed als alles wat hier boven werd genoemd. Ik herinner mij ook een kikoi die ik kreeg van een vriendje. Op het strand in Mombasa gekocht, met de hand alle rafelige randjes gedraaid en geknoopt, en meerder malen gewassen in de zee om het lekker zacht te maken voor mij.
In Nederland heb ik die kikoi een keer per ongeluk in de trein laten liggen.... ik heb weken lang verdriet erom gehad, er kleefden zoveel herinneringen aan!

zondag 22 juli 2012

Bierbrood

Gewoon brood was een zeldzaamheid in Ethiopie. Er was een bakker, in mijn herinnering. Als je op tijd was, dan kon je lekker zachte witte bolletjes kopen, nog warm van de oven. Die binnen een uur zo hard als steen werden, waar je je tanden op brak zo ongeveer, en die naar karton smaakte.
Mijn moeder bakte dus regelmatig zelf brood. Dat waren dan wel bolletjes die lekker zacht waren en bleven. En soms bakte ze bierbrood. Vooral op zondagochtend, of op een verjaardag.
Vandaag hebben mijn man en ik gebruncht in de tuin, en toen heb ik het ook gemaakt.

Bierbrood

3 kopjes zelfrijzend bakmeel
1/2 kopje suiker
kaneel/kardemom/speculaaskruiden oid
rozijnen/noten/zaden naar eigen inzicht
1 flesje bier
paar eetlepels gesmolten boter

Meng alle droge ingredienten door elkaar  (meel/suiker/kruiden/rozijnen/noten)

Schenk het flesje bier over de droge ingredienten heen en meng dit luchtig en snel door elkaar. Het hoeft geen samenhangend deeg te worden, al het droge moet een beetje vochtig zijn.

Gooi het deeg in een bakblik. Ik gebruik vaak zo'n lage vierkante bakblik, maar een gewoon broodvorm kan ook. Giet vervolgens de gesmolten boter over het deeg heen. 

In de oven plaatsen en een half uurtje later heb je lekker kruidig versgebakken brood.

Vanochtend smaakte het heerlijk!!

vrijdag 20 juli 2012

Gastblog van Drieculturen

Toen ik begon met deze blog, ben ik gaan surfen op het internet. Vrij snel kwam ik Janneke van Drieculturen tegen. Inmiddels hebben wij regelmatig heen en weer gemaild en heb ik haar ook gevraagd om iets te schrijven voor deze blog. Hieronder is haar bijdrage.
Bedankt Janneke! 

Bedankt voor de uitnodiging om een gastblog te schrijven. Ik wil graag met dit stukje beginnen, het gaat over mijn begin tijd in Nederland jaren geleden. Mocht je meer willen lezen kijk dan op mijn blog http://drieculturen.blogspot.com/. Je kunt mij ook op twitter volgen: @DrieCulturen https://twitter.com/DrieCulturen @DrieCulturen "over kinderen die in andere culturen opgroeien"
Waar kom ik vandaan?
Daar loop ik dan tussen al die jongeren. Ik loop mee door de onbekende straten en door de onbekende stad. Ik zie allemaal onbekende gezichten. Om mij heen lijken de andere allemaal bekende tegen te komen, maar ik ken niemand, en niemand kent mij.

Ik lijk op de jongeren om mij heen, wij hebben voor een groot deel dezelfde huiskleur, wij nemen deel aan dezelfde ELCID introductie week van de Leidse universiteit, wij zijn ongeveer even oud, en toch zijn er heel veel verschillen.

Ik ben geboren in Zambia. Mijn lagere school was een internationale school in Blantyre, Malawi. De middelbare school ben ik in Lilongwe, Malawi begonnen en heb ik in Bulawayo, Zimbabwe afgemaakt. Recent heb ik afscheid genomen van vrienden, familie en het bekende in Zimbabwe om te gaan studeren en een nieuw leven op te bouwen in het geboorte land van mijn ouders. Mijn ouders wonen nog in Bulawayo, maar ik ben de oudste van het gezin en ik moet als eerste het nest uit vliegen.

Alles is zo nieuw en onbekend. Ik heb blond haar en blauwe ogen en spreek Nederlands. Toch kom ik er achter dat ik mijzelf meer “African” voel dan Nederlander. Ik heb ook immers mijn hele leven in Afrika gewoond. Ja, om de paar jaar kwamen wij “even” op verlof naar Nederland, maar ken ik Nederland?

Alles kost mij energie. Ik moet voortdurend mijn ogen goed open houden en om mij heen kijken hoe mensen dingen doen. Hoe koop ik een treinkaartje? Hoe werkt de OV chipkaart? Hoe moet ik de groente wegen in de supermarkt? Wat zijn de mensen achter de kassa onvriendelijk. Ik voel mij net een nummer.

Wat is er ook een keus. In Zimbabwe hadden wij maar één of twee merken chips en daar waren een paar verschillende smaken. Hier is de keus overweldigend. Soms koop ik geen chips, gewoon omdat de keus zo groot is. Kleren kopen doe ik al helemaal niet. Mijn kleren hebben toch geen gaten en voldoen toch prima? Ja dat het niet de nieuwste mode is dat weet ik ook wel. Wat moet ik met die mode, is het niet allemaal wat overdreven? Op school was ik een schooluniform gewend, dat was wel makkelijk.

gezien in Frans Hals museum, Haarlem
Ik voel mij zoveel ouder dan mijn medestudenten. In leeftijd zijn wij even oud maar naar mijn gevoel heb ik armoede en rijkdom al gezien, honger en ellende, ziekte en dood. Door het reizen heb ik meer levenservaring maar soms voelt het als een ballast.

Dan de steeds terugkerende vraag van medestudenten: “waar kom je vandaan?” Ik ben geboren in Afrika maar ik ben Nederlander en ik heb hier nooit echt gewoond. Ja waar kom ik vandaan?

Lees ook over Mijn ontdekking dat ik een third culture kid ben.

Ken jij een verborgen immigrant?
http://drieculturen.blogspot.com/2012/01/een-verborgen-immigrant.html

5 Tips voor jongeren die vanuit het buitenland in hun "thuisland" gaan studeren:
http://drieculturen.blogspot.com/2011/07/5-tips-voor-jongeren-die-vanuit-het.html

donderdag 19 juli 2012

Scholen

Wat een variatie heeft er eigenlijk gezeten in de scholen waar ik naar toe ben geweest!

Mijn lagere school en een jaar voortgezet onderwijs was op ICS, de International Community School of Addis Ababa. Amerikaans schoolsysteem, engels gesproken, behoorlijk internationaal inderdaad. Klasgenoten van alle continenten, leraren uit allerlei landen. Op een gegeven moment had ik vriendinnen uit Bangladesh, Canada, Oeganda, Korea, Zweden, Noorwegen, en Ethiopië, en was ik verliefd geweest op een Belg, Boliviaan, Nigeriaan, Italiaan en een Nigeriaan. En dan vergeet ik vast nog een paar landen!

Middenin onze lagere schoolperiode besloten onze ouders ons over te plaatsen op de christelijke school voor zendingskinderen, Bingham Academy, ook in Addis Ababa. Daar hebben wij ongeveer vijf dagen op gezeten. Of misschien waren het er drie. Die school paste namelijk lijfstraffen toe, en niet te zuinig ook. Op een van de weinig dagen dat ik er was was ik mede oorzaak van wat geroezemoes in de klas. Mijn buurman werd er op aangekeken, en die kreeg er vervolgens van langs met een houten liniaal in zijn hand. Ik ben erg geschrokken, en alle spontaniteit was prompt verdwenen. Mede een reden voor mijn ouders om ons toch weer terug te plaatsen op onze oude school.

In Nederland heb ik een aantal weken op een kleine dorpsschool gezeten, waar nog echt handwerkles gegeven werd! De jongens lekker timmeren en zagen, en de meisjes mochten met een kopje thee en breipennen aan de slag. Ik zie mij nog zitten, met mijn zielig pannenlapje. Op die school leerde ik dat iets "iezig" kon glimmen, en ook leerde ik  "sliep uit" met bijpassend gebaar. Onontbeerlijk toch, voor een Nederlands kind?

Louisiana betekende de overgang naar christelijke privéscholen, waarvan een jaar zelfs op de school van Jimmy Swaggart.  In uniform wel te verstaan. Zelfs als het koud was mocht je geen broek aan, en je rok mocht zeker niet te kort. In de gymzaal werd tijdens het gymmen een groot gordijn opgehangen, zodat jongens en meisjes gescheiden konden sporten....

De kostschool in Kenya, Rift Valley Academy, was het leukst. Heel veel activiteiten op een mooi terrein. Daar heb ik in het koor gezeten, klarinet gespeeld in de harmonie, toneel gespeeld, op diverse excursies geweest, leren pottenbakken en tekenen, en heb ik gesport. Een erg creatieve uitdagende tijd. Voor jonge kinderen zou ik kostschool zeker niet aanraden, maar voor mij als tiener was het geweldig! 



woensdag 18 juli 2012

Vraag Drie

Drieculturen heeft gevraagd of ik een vragenlijst voor haar in wil vullen over hoe ik ben opgegroeid. Dat wil ik wel, dus de komende tijd zullen jullie een aantal vragen van haar beantwoord zien op deze plek:
Vandaag vraag drie: 

Wat vond ik het moeilijkst aan het opgroeien in het buitenland?

Pffff, weer een vraag die eigenlijk niet makkelijk te beantwoorden is!
Terugkijkend kan ik wel de nodige nadelen zien aan het opgroeien in het buitenland. In de grootsheid van de landen waar wij opgroeide was er eigenlijk weinig ruimte. Weinig ruimte voor persoonlijke groei, voor puberteit. In ieder geval in mijn beleving.
Zo waren wij als kinderen afhankelijk van mijn ouders voor vervoer van en naar feestjes bijvoorbeeld.  Ik heb geen bijbaantje gehad. Als ik wilde rebelleren kon ik naar de buren lopen, maar veel verder was gewoon domweg niet veilig. Een keer was ik tegendraads en ging ik heel gewaagd buiten het hek van het terrein lopen. Vervolgens werden mijn vriendin en ik belaagd door Ethiopische jongens. Ik vond het nog een soort van spannend, maar mijn vriendin is zich wezenloos geschrokken.
Op kostschool was ons bewegingsruimte ook beperkt tot het terrein waar wij op woonde en de regels die daar gelden. Braaf meisje die ik was, hield ik mij er relatief keurig aan. Ik vond het niet nodig om heel dwars te liggen en allerlei fratsen uit te halen. Er waren activiteiten genoeg om aan deel te nemen, en ik was een mooie meid en kreeg dus positieve aandacht genoeg. Ik heb mij goed gevoegd naar mijn omstandigheden.
Maar dat betekende vervolgens wel dat ik mijn eigen grenzen nog moest gaan ontdekken toen ik terugkwam naar Nederland. En dat ik een soort van verlate puberteit had. Iets waar ik soms nog steeds last van heb! Ik moest beter leren denken voor mezelf, in plaats van mij steeds te voegen naar de omgeving waar ik was.
Het moeilijke ligt dus niet zozeer in hoe het toen was, maar de consequenties die het had toen ik naar Nederland kwam. 





dinsdag 17 juli 2012

Over cultuurverschillen gesproken.....

Vandaag een blogje van mijn zus, over haar eerste ervaringen met gastvrijheid in Nederland: 

Als 17 jarige werkend in een Nederlands bedrijf als datatypiste….. ik leg contact met collega’s en het klikt. Ik wordt geaccepteerd ondanks mijn accent en gebrekkig Nederlands. Mijn Engels komt trouwens goed van pas, ik kan als de beste blind Engels typen. Maar goed, dan heb je leuk contact met je collega’s op de werkvloer, maar dan lijkt het ook leuk om buiten werktijd af te spreken.
Ik kom er achter dat een leuke collega vlak achter ons woont en besluit op een avond rond 19:30 langs te wandelen en even hoi te zeggen. Ik bel aan en heel verschrikt doet ze open, wat kom jij hier doen? Wij hebben toch geen afspraak? Ik probeer uit te leggen dat ik gewoon even langs kwam, maar omdat ik geen afspraak had was ik niet echt welkom. Mijn werd duidelijk verteld dat je niet zonder afspraak langs kon komen…..
Na deze harde les zo’n 20 jaar geleden heeft het mij veel moeite gekost om zonder afspraak bij iemand langs te gaan, gewoon spontaan voor de leuk!! Inmiddels woon ik in een geweldige plek, waar je gewoon langs mag wippen, voor de leuk en niet eens voor koffie met gebak!!

Ook ben ik erachter gekomen dat er hier in NL verschillend over wordt gedacht. Toevallig ben ik zo veel jaar geleden in een stug dorp terecht gekomen waar het ‘’not done’’ was om zomaar langs te waaien. Inmiddels woon ik in een prachtdorp… waar het de normaalste zaak van de wereld is om langs te gaan zonder afspraak.