zondag 26 augustus 2012

Kerken

Ik ben opgegroeid met zondags naar de kerk gaan. Dat doe ik nog steeds.

In onze omzwervingen in de wereld kwamen wij in een grote diversiteit aan kerken.  Zo heb ik, samen met broer en zussen,  een jaar op de school van Jimmy Swaggart gezeten en waren wij ook lid van zijn kerkgemeenschap. Massale kerkdiensten met ongeveer 5000 mensen. Vol evangelisch, handen in de lucht, gepassioneerde preken en galmende koren. Hij had een television ministry, een bijbelschool, een lagere en middelbare school en een gigantische kerk."Maar wie is Jimmy Swaggart dan?" hoor ik sommigen van jullie vragen. Hij was een bekende televangelist die in 1988 toegaf dat hij overspel had gepleegd met een prostitué. Beelden van zijn confession (start rond 2:47) zijn een poos te zien geweest rond die tijd.

Maar ik ben ook naar Keniaanse kerkdiensten geweest. Waar je ruim de tijd voor uit moet trekken. Zeker als het kerkdiensten in de bush zijn. Daar kan een dienst rustig een uur of vier duren. En soms langer. Geduld is dan een schone zaak.

Ethiopische diensten in de koptische kerk zijn liturgisch en traditioneel.Volgens mij heb ik nooit een hele dienst meegemaakt, wel de processies buiten. Vol met geur en kleur. Geweldig mooie gewaden, fel gekleurde paraplus, prachtig bewerkte kruizen, en wierook. Ethiopië heeft een ontzettend rijke kerkgeschiedenis, en is daarin echt anders dan andere afrikaanse landen.

Mijn kostschool was christelijk, met een mengeling aan denominaties. Ik had meisjes in de klas alleen maar in rok mochten lopen en hun haar niet mochten knippen. En anderen die meer evangelisch waren. Of europeanen zoals ik die christen waren maar niet moeilijk deden over roken, drinken en dansen. Eigenlijk heel mooi hoe wij op de school met elkaar optrokken en gezamenlijke kerkdiensten hadden. Ik heb nooit gemerkt dat mensen vanwege geloofskwesties niet met elkaar op konden schieten.

Toen ik in Nepal was, op bezoek bij mijn ouders, liep ik tempel in tempel uit en zag ik het verbranden van lichamen langs de rivier. Weer een heel andere geloofsbeleving. Een land waar een man ooit tegen mij zei "in  your country God makes you, in our country we make gods." Dat kan ik alleen maar beamen.  

Vanmiddag ga ik naar een internationale kerk in Amersfoort. Gewoon, even snuffelen. Kijken hoe ik het vind om in een internationale omgeving mijn geloof te vieren, na zoveel jaar Nederlandse kerk. Ik ben benieuwd!

dinsdag 21 augustus 2012

Vraag Zes

Drieculturen heeft gevraagd of ik een vragenlijst voor haar in wil vullen over hoe ik ben opgegroeid. Dat wil ik wel, dus de komende tijd zullen jullie een aantal vragen van haar beantwoord zien op deze plek:
Vandaag vraag zes:


Welke talen spreek je? Heb je adviezen wat taal betreft voor gezinnen die in het buitenland wonen?

Helaas, helaas spreek ik maar twee talen. Engels en Nederlands. Op een of andere manier werden wij niet gestimuleerd om de lokale taal te spreken van het land waar wij woonde. In mijn geval had ik amhaars kunnen leren toen ik in Ethiopie woonde. Dat is de taal die het meest gesproken werd in die stad. Het was nog niet eens makkelijk geweest, zeker ook niet met het ander schrift erbij! Maar misschien was ik dan wat verder gekomen dan vieze woorden zeggen :-).

Mijn nederlands is beter dan die van mijn broers en zussen (dat zou je misschien niet denken, want ik schijn op deze blog best wel wat fouten te maken....). Dat komt volgens mij omdat mijn moeder nog geen engels kende, of hoefde te kennen, toen ik geboren werd. De noodzaak daarvoor kwam pas toen zij in Oeganda gingen wonen, en toen was ik al een jaar of 3. Een redelijke stevige nederlandse basis was toen al gelegd. Dat begint al zo vroeg!

Onze ouders hebben er nooit langdurig voor gekozen om ons nederlandse les te geven. Hoewel mijn jongste zus en broer wel een paar maanden geleden hebben op een klein nederlands schooltje in Ethiopie. Op de zaterdagochtend geloof ik. Volgens mij heeft dat niet lang geduurd, maar dat weten zij beter dan ik!

Ook werden wij thuis niet gedwongen om Nederlands te spreken. Wij spreken als broer en zussen nog altijd engels met elkaar of eigenlijk dunglish. Dat leid soms tot gekke situaties waarin wij druk engels sprekend een nederlandse winkel binnenlopen om vervolgens bij de kassa in het nederlands af te rekenen. Gekke blikken krijg je zo nu en dan.

Eigenlijk vind ik het heel raar dat ik in zo veel landen gewoond heb en nooit meer heb geleerd dat Nederlands en Engels. Ik had meer talen geleerd als ik in Nederland was opgegroeid!!

Wat adviezen voor taal betreft. Als je zeker weet dat je met je kinderen teruggaat naar "huis", zorg er dan voor dat ze ook de taal leren. Je zult protest krijgen, ze zullen het niet willen, en het zal misschien onnatuurlijk overkomen. Maar ze hebben er alleen maar baat bij als ze weer terugkomen. Ik heb genoeg gezien dat taal een drempel kan zijn in opleidingskeuzes. Dat is jammer! En sommige dingen zijn verdraaid lastig om aan te leren, als je ze nooit goed geleerd hebt.

maandag 20 augustus 2012

Verschil

Ook in de wereld van mensen die opgroeien in het buitenland zijn er onderlinge verschillen. Het maakt nogal  uit of je uitgezonden wordt door een zendingsorganisatie, of door een regering of een multinational.

Mijn vader werkt in de leprazorg. Dit heeft hij jaren gedaan via de Leprastichting, en ook een aantal jaar via de Leprazending. De leprastichting is niet christelijk, de leprazending wel. In de salarissen en arbeidsvoorwaarden zie je vaak het verschil. En ook in hoe mensen benaderd worden natuurlijk!

Wij hebben altijd een beetje gezweefd op het grijze vlak tussen zendings- en ontwikkelingswerk. Jarenlang hebben wij de voordelen gehad van het werken voor een niet zendingsorganisatie en het dus meer horen bij de "expat" wereld. Meer salaris, meer ruimte voor vakanties, het gewoon vinden om jaarlijks terug te gaan naar je thuisland. Maar mijn ouders zijn wel al die tijd christen geweest, en dus kwamen wij ook in aanraking met zendelingen die moesten leven van support die zij zelf moesten genereren, of met salarissen en arbeidsvoorwaarden die nou eenmaal minder riant waren.

Voor mij werd dit het scherpst neergezet toen ik een keer op kostschool zat en mijn zakgeld op was. Ik belde mijn ouders en er werd meer geld gestort. Het ging misschien om 200 shilling of zo, zeker weten doe ik het niet. Maar toen ik dat opnam, voor een dagje winkelen, toen kwam een klasgenoot van mij ook bij de balie staan. Hij nam 20 shilling op. En meer had hij echt niet, dat kon ik aan hem merken. Hij moest voorzichtig doen met het geld en ik kon (in ieder geval op dat moment) mijn handje ophouden bij mijn ouders en kreeg het geld zonder vragen.

Het luxe van het expatleven heb ik dus zijdelings meegekregen, en daarnaast de soberheid van het zendingsleven. Ook daarin hoorde ik niet helemaal bij het een of het ander.
Volgens mij kunnen wij rustig concluderen dat dat de rode draad door mijn leven is!

zondag 19 augustus 2012

Verhaal van Inge

Al surfend op het internet kwam ik deze reportage tegen.


Het verhaal van Inge die terugkomt naar Assen na 8 jaar in Mozambique gewoond te hebben.




zaterdag 18 augustus 2012

Thuis voelen

Bijna 5 jaar geleden zijn wij met ons hele gezin teruggegaan naar Ethiopië. Mijn ouders woonde daar weer, en het kwam zo uit dat wij met vier kinderen plus aanhang plus eigen kinderen daar op visite konden gaan.
Het was een heel bijzondere reis. Teruggaan naar "huis" en toch ook niet helemaal.

Alles voelde vertrouwd. De geuren waren bekend. Zelfs het huis was bekend, want het stond naast een van de huizen waar wij gewoond hadden. Op oudjaarsavond waren wij op bezoek bij mensen en kon ik mijn eigen naam terugvinden op de kastdeur van de kamer waar ik zelf ooit geslapen had. Wij zijn op bezoek gegaan bij mijn oude school en ik kwam zelfs oude bekenden tegen. Natuurlijk waren er ook dingen veranderd. Zo kon ik met mijn broer zomaar over straat lopen toen wij een dagje gingen stadten. Niks geen gebedel en getrek en gedram om ons heen. Het was een stuk "beschaafder". Wij zijn zelfs lokale taxi's in en uit gestapt zonder gedoe.
Het terrein waar wij zoveel jaar hadden gewoond was verwilderd en slecht onderhouden. Dat was pijnlijk om te zien. Maar te midden van het hoge onkruid hebben wij toch nog een potje tennis gespeeld samen met mijn vader. Mijn kinderen op mijn tennisbaan van vroeger. Met mijn man op de markato rondlopen om gordijnen te zoeken. Souveniers kopen, injera eten, zwemmen, dagtochtjes en zelfs nog een Road Trip naar gebieden waar ik nog niet eerder was geweest.
Ik genoot met volle teugen.

Toen wij weg gingen heb ik gehuild, gehuild en gehuild. Het hield maar niet op. De hele rit naar het vliegveld moest ik huilen en op het vliegveld huilde ik verder. Oh wat vond ik het moeilijk om te gaan! Niet omdat ik daar wilde blijven wonen maar omdat het zo heerlijk thuis was.

Later beschreef ik hoe het was om terug te gaan naar Ethiopië. Ik vergeleek het met het instappen in  een lekkere soepel ingelopen schoen. Je loopt er zo op weg, het past precies. Geen blaren, geen wrijving, het zit gewoon goed. Hoewel Nederland mij ondertussen ook past, voelt het nog niet zo vertrouwd.

Ik moet hier aan denken omdat ik vanmiddag met mijn man een fietstochtje gemaakt heb naar het Veluwemeer. Ik heb zo genoten van de warmte, het kronkelend fietspaadje, de bootjes op het water, het ijsje bij de Ijsboer. Het was heerlijk! En ook vertrouwd. Ik ben nog wel altijd geneigd om het door de ogen van een toerist te bekijken, of door de ogen van een mijn vrienden uit het buitenland, en mij daardoor te realiseren hoe mooi het is. Vertrouwd en mooi en bekend, maar toch niet helemaal thuis.

vrijdag 17 augustus 2012

Geluid en Geuren

Ken je dat, dat een geur of geluid je zo terug kan flitsen naar het verleden?

Het tikken van regen op golfplaten daken bijvoorbeeld. Dat heeft een heel eigen geluid. Volgens mij hadden al onze huizen in Afrika een dak van golfplaten. Soms leidde dat tot zo'n herrie dat je elkaar niet kon verstaan.
De geur van eucalyptus. Toen wij een aantal jaar geleden terug waren in Ethiopië rook ik weer die bekende lucht terwijl ik door het knisperend blad liep. En de lucht van ronkende slecht onderhouden diesel motoren. Als je dat ruikt, dan weet je dat je in een ontwikkelingsland bent. 
Op sommige wegen werden grote tonnen vol met teer gekookt, om het wegdek te repareren. Een scherpe doordringende lucht.  En als je langs het slachthuis reed, waar stapels en stapels botten opgestapeld lagen en waar de gieren omheen zwierde, dan hield je je neus wel dicht. Want die lucht was niet te harden.

Op gezette tijden werd het ziekenhuisafval verbrand, een misselijk makend weeïge geur. Als de wind "goed" waaide dan kwam die lucht zo ons huis in.
Boenwas op onze houten vloer. Onze hulp in de huishouden bond dan lappen vilt aan haar voeten en poetste al schaatsend de vloer mooi op.
Versgebrande koffie. Zo sterk als je het net gekocht had dat je amper de auto in kon stappen. Het was bedwelmend.
En muziek uit de jaren 80. Acute flashback naar puberliefdes, feestjes en zorgeloosheid.
Ik kan er pagina's mee vullen.

Wat zijn de geuren of geluiden die sterke herinneringen bij jou oproepen?

woensdag 15 augustus 2012

Vraag Vijf

Drieculturen heeft gevraagd of ik een vragenlijst voor haar in wil vullen over hoe ik ben opgegroeid. Dat wil ik wel, dus de komende tijd zullen jullie een aantal vragen van haar beantwoord zien op deze plek:
Vandaag vraag vijf:

Vertel iets over je sociaal netwerk. In hoeveel landen heb je vrienden wonen? 

Facebook is een geschenk. Want dankzij Facebook heb ik opnieuw contact gelegd met heel veel vrienden en kennissen uit alle landen waar ik gewoond heb. En die vrienden en bekenden zijn ook weer uitgewaaierd over de wereld, dus het zijn nogal wat landen waar ik kennissen heb wonen! Omdat ik veel op Amerikaanse scholen heb gezeten zitten er behoorlijk wat mensen in Amerika. Maar ik heb voogden gehad uit Kenia, dus daar zit ook een groepje mensen. En op de internationale school in Ethiopië zaten ontzettend veel verschillende nationaliteiten, en dat zie je terug in waar mijn kennissen vandaan komen. (zo uit het blote hoofd: Spanje, Kroatie, Noorwegen, Sweden, Engeland, Kenia, Ethiopie, Ierland, Australie, Canada, Thailand,  Egypte, Tanzania...)
Het intrigeert mij ook hoe anders iedereen is. Ooit hebben wij een gezamenlijk stukje geschiedenis opgebouwd, maar nu is iedereen zijn eigen gang gegaan. Neem bijvoorbeeld mijn "graduating class". De klas waarmee ik mijn diplomering  (High School) heb gehad. Wij hebben allemaal op een christelijke school gezeten, protestants christelijk. Maar als je nu kijkt, dan zijn wij allemaal uitgewaaierd naar allerlei verschillende kerken en sommige gaan juist helemaal niet meer naar een kerk. Een aantal mensen zouden nu amper meer door een deur kunnen omdat hun politieke standpunten zo'n eind uit elkaar liggen. Ik vind dat erg interessant. Op mijn facebookpagina heb ik een ontzettend gevarieerde dwarsdoorsnede van de samenleving met verschillende culturen, nationaliteiten, idealen en levensstijlen.
Terwijl ik dit schrijf realiseer ik mij dat mijn Nederlandse vrienden dit helemaal niet terugzien. Ik heb namelijk twee facebookprofielen. Een in het Engels voor mijn vroegere contacten, en een in het Nederlands voor de contacten van hier en nu. Misschien wel een beetje raar. Maar het voelt voor mij inderdaad aan als twee losse werelden die elkaar amper raken.

Ook nu merk ik dat ik geneigd ben om contact te zoeken met mensen die anders zijn, of ook een internationale "tik" hebben. Zo heb ik hier in Nunspeet een klein groepje engelssprekende ladies om mij heen verzameld. Een Zuid Afrikaan, een Canadese, een Amerikaan, en iemand met een link naar Engeland. Toen ik een aantal maanden geleden er achter kwam dat een collega een poosje in Engeland had gewoond, en zij ook nog een hele poos door Australië had gereisd, toen was er ook gelijk een klik en duurde het niet lang voordat wij heerlijk zaten te kletsen over alles behalve het werk. Dat gemeenschappelijke van de taal of van het reizen geeft toch een andere band dan het contact met mijn Nederlandse vrienden die dat niet hebben meegemaakt. Anders, niet beter of slechter!

Eigenlijk leef ik dus, ook sociaal gezien, met mijn benen in twee werelden. Enerzijds de wereld van vroeger, van reizen, van internationale contacten, van engels spreken en lezen, van andere culturen en gewoontes. Anderszijds de wereld van hier en nu, van man en kinderen, van baan en verplichtingen en verantwoordelijkheden.
Ik denk dat het een levenslange klus is om die twee werelden bijeen te brengen, zodat er niet een gevoel van gemis is als een van de twee ontbreekt.


dinsdag 14 augustus 2012

Schommel

In een grote brede vertakte boom  hingen twee schommels. Iemand was held genoeg geweest om naar boven te klauteren en een stevig touw om de takken heen te wikkelen. Aan het eind van het touw bungelde een stok, in het midden vastgezet met een stevige knoop. De stok was groot genoeg om op te zitten, en klein genoeg om je handen omheen te klemmen.
Voor de ene schommel hoefde je je alleen maar langzaam uit de boom te laten vallen om vervolgens met een zwier heen en weer te pendelen. De andere schommel was moeilijker. Om die te pakken te krijgen moest je om de boomstam heen leunen met een hand vasthoudend en met de andere hand de toegeworpen schommel opvangend. Om vervolgens om dezelfde stam heen jezelf af te zetten.
Het duurde even voordat ik dat durfde, die tweede schommel. Zo hoog en toch wat eng.
Maar wat een vrijheid had je vervolgens! Want die schommel hing zo'n twee meter boven de grond. Als je lenig was, dan kon je je ondersteboven laten hangen, met de schommel in je knieholtes. De wind suisde dan langs je oren en de wereld flitste in gedempte groene kleuren aan je voorbij.
Nog herinner ik mij de vrijheid ervan en de spanning die het gaf.

20 jaar later stond ik nog eens bij die boom, die opeens klein was geworden. Een touw hing er nog aan, de tweede weggevallen. Het platform waar wij ons vanaf zetten was weggerot, de houten spijlen die in de boomstam getimmerd waren als een trap naar boven werden alleen nog in herinnering gebracht door de spijkers die nog vastzaten in de boomstam.

zaterdag 11 augustus 2012

Sport en andere activiteiten

In het amerikaanse schoolsysteem is sport vaak geïntegreerd in de structuur van de school. Je speelt in een team namens je school, je scoort voor je school, je speelt tegen andere scholen. In Kenia en Ethiopië werd er onder andere basketbal, voetbal, rugby en tennis gespeeld en ook aan atletiek gedaan.
Zelfs ik heb aan atletiek gedaan. (degene die mij nu pas kennen zie ik al bedenkelijk kijken...). Ik hield van sprinten en van verspringen en was in mijn jongere dagen nog best wel snel ook. Het zegt veel over mijn prestatiedrang als ik vertel dat ik gestopt ben met atletiek toen ik het niet meer voor elkaar kreeg om te winnen...
Naast sport werd ook toneel, de harmonie, en het koor geïntegreerd in het schoolsysteem. Zo heb ik drie jaar klarinet gespeeld tijdens schooltijd. En heb ik in het koor gezongen waarbij wij in ieder geval een keer per jaar ook nog eens op tournee gingen langs allerlei andere scholen om concerten op te voeren. En heb ik toneel gespeeld, o.a. Miep Gies in het Dagboek van Anne Frank. Uiteraard een engels sprekende Miep Gies :-).
Het had wel wat om zo creatief bezig te zijn tijden schooltijd. Ik heb het in ieder geval als groot voordeel gezien. Want ik kon dingen doen die ik misschien niet had gedaan als ik er naast school tijd voor vrij had moeten maken, en ook nog voor had moeten betalen. Zo doe ik nu bijna niets aan creatieve activiteiten en zijn wij selectief in wat onze kinderen kunnen en mogen oppakken.
Ergens in mij schuilt nog een creatieve persoon, die het leuk vind om expressief bezig te zijn. Met die persoon ga ik de komende tijd aan de gang. Ik ben benieuwd wat er van terug te zien zal zijn!

woensdag 8 augustus 2012

Ruimte, ruimte, ruimte

Een van de dingen die ik chronisch mis hier in Nederland is een gevoel van ruimte. Ik ben opgegroeid met heuvels, bergen en valleien om mij heen. Niet dat ik mij daar altijd zo verschrikkelijk bewust van was, dat uitzicht was er gewoon.

Hoewel ik mij wel bewust was van de uitzichten toen ik in Kenia op kostschool zat. Daar kon je op het rand van het voetbalveld zitten en een eindeloos stuk van je afkijken met in de verte een uitgestorven vulkaan. Dat uitzicht is zo geliefd dat er nu zelfs een webcam op gericht staat zodat oudstudenten nog even van het uitzicht kunnen genieten.  (misschien doet de link het hier).

Op een of andere manier ervaar ik een enorme innerlijke rust op het moment dat ik zo'n eind van mij af kan kijken, een ontspanning en ook weer opdoen van energie die ik in Nederland alleen maar een beetje ervaar als ik bij water sta of bij de zee ben.
Reizen vind ik daardoor ook echt geweldig. Nieuwe dingen zien, van mij af kunnen kijken, ruimte voelen en ervaren.
Helaas is dat een keerzijde van het opgroeien in het buitenland en het nu hier wonen. Ik mis de ruimte!!

dinsdag 7 augustus 2012

Vraag Vier

Drieculturen heeft gevraagd of ik een vragenlijst voor haar in wil vullen over hoe ik ben opgegroeid. Dat wil ik wel, dus de komende tijd zullen jullie een aantal vragen van haar beantwoord zien op deze plek:
Vandaag vraag vier:

Hoe heeft het opgroeien in het buitenland de opleiding of de baan die hebt gekozen beïnvloed? 

Er is geen direct verband tussen mijn baan en opleiding en het opgroeien in het buitenland. Tenminste, zo zie ik het niet. Er is wel een verband tussen de kwaliteiten en vaardigheden die ik heb, die ik onder andere heb opgedaan toen ik opgroeide in het buitenland.
Zo ben ik bijvoorbeeld aardig flexibel en pas ik mij redelijk makkelijk aan in nieuwe omstandigheden. Ik heb een brede blik op de wereld en ben niet geneigd om in hokjes te denken. Ook denk ik dat ik een redelijke portie sociale bewogenheid heb meegekregen omdat ik ook armoede en ziekte van dichtbij heb gekend en gezien. 
In mijn baan als coördinator van een vrijwilligerscentrale komen deze vaardigheden goed van pas. Toch heb ik de indruk dat niet alles wat ik van vroeger geleerd heb hier op z'n plek komt. Dat hoeft misschien ook niet. Misschien is het helemaal niet mogelijk om een baan te vinden waar alle vaardigheden op hun plek terecht komen. Misschien is het ook gewoon goed om hobby's erbij te hebben, of andere interesses en projecten waar ik ook mee uit de voeten kan.
In ieder geval is het zo dat ik mij op mijn werkplek aardig thuis voel mede door hoe ik ben opgegroeid. Ik krijg namelijk te maken met jongeren en ouderen, autochtoon en allochtoon, met mensen met een stoornis of beperking, uit allerlei verschillende milieus, in allerlei verschillende omstandigheden. Dat maakt mijn werk interessant, en dat maakt dat ik vaardigheden moet inzetten die ik ook geleerd heb terwijl ik in andere landen woonde.
Er zijn heel veel dingen die invloed hebben gehad op mijn opleiding en baankeuze. Daar is het opgroeien in het buitenland maar een klein deel van geweest.





maandag 6 augustus 2012

Ik kom van....


Ik kom van eindeloze vergezichten, van Bata schoenen en Black Cat kauwgom.
Ik kom van oude houten huizen, grijze golfplaten daken, en de geur van eucalyptus.
Ik kom van paarse bougainville en rode stof. Van heuvels die verdwijnen in de horizon.
Ik kom van valse verjaardagsliedjes en dunglish, van Michener en Mozart.
Ik kom van controle en gastvrijheid en creativiteit.
Ik kom van verbondenheid, liefde en trouw.
Ik kom van een warme geloofsgemeenschap, potlucks en handen in de lucht.
Ik kom van Noorwegen, Oeganda, Ethiopië, Amerika en Kenia.
Ik kom van kaastaart, bierbrood en pork met uienroomsaus.
Ik kom van kerstbomen gemaakt van takken, samen zingen, arty party’s, en de jaren 80.
Ik kom van overal en nergens, hoor overal bij, en toch ook niet.
Ik kom van thuis.


(hiervoor gebruikte ik een gedichtopdracht die heet Where I'm from)

zondag 5 augustus 2012

Boeken


Ik ben nou eenmaal een grote boekenwurm, maar vandaag realiseerde ik me des te meer hoe veel dat ook voortkomt uit hoe ik ben opgegroeid. Ik liep namelijk op de Deventer boekenmarkt met mijn vader, en daar zie je nogal wat boeken!
Rien Poortvliet bijvoorbeeld, met zijn kabouterboek. Volgens mij lag dat boek in elk huis dat wij hadden. Ook nu ligt het weer bij mijn ouders in de kast.
Of de boeken van James Michener. Zijn boek over Zuid Afrika is een van de eerste volwassen boeken die ik heb gelezen. Ik was toen een jaar of negen geloof ik. Een enorm dik boek, met een harde gele kaft. Het duurde een poosje voor dat ik het eerste hoofdstuk voorbij kwam, maar nog steeds lees ik zijn boeken graag.
En lekker huiveren bij het boek over krokodillen. Vooral het hoofdstuk waarin werd beschreven hoe iemand werd opgegeten en in gedeelten weer terug werd gevonden toen de krokodil gedood werd.
Mijn vader is een enorme leesfanaat, dus mijn ouderlijk huis had altijd boekenkasten vol. Nog steeds voelt een huis voor mij pas compleet als er ook een boekenkast in staat.

Hij vertelde vandaag dat hij altijd moeite had met het opnieuw uitzoeken van welke boeken wel of niet mee zouden gaan als ze weer eens verhuisden. Ik heb sinds twee weken een tablet met een e-reader erop. En nu kan ik naar hartelust mijn boeken van vroeger opzoeken, downloaden en mijn hele bibliotheek in handzaam formaat in mijn tas steken als ik het zou willen. Vroeger was dat wel wat anders!

zaterdag 4 augustus 2012

Dunglish


Tweede blog van zus Lise! 

Naar aanleiding van een gesprek met een vriendin ben ik aan het denken geslagen over taal. Ik ben engelstalig door mijn ouders opgevoed, ben mijn hele schoolperiode naar engelstalig onderwijs geweest. Mijn ouders spraken thuis wel het nodige nederlands, dus het begrijpen van de nederlandse taal is nooit het probleem geweest. Het spreken wel. Engels is mijn moedertaal, emotietaal en Nederlands is de taal van nederland, de land waar ik nu woon.
Moet je voorstellen dat je als 17 jarig meisje naar NL verhuisd… in een dorp (ons kent ons, je weet wel als iets afwijkt van wat bekend is…. Afstand houden!) Maar goed. Als ik het zou willen maken in Nederland moest ik toch op de een of ander manier de taal onder de knie krijgen. Dus schreef ik mij in voor nederlandse les in de grote stad  Utrecht. Mijn medestudenten waren allemaal asielzoekers en buitenlanders, en daar zat ik dan tussen met mijn blonde haren. Where do you come from?  En dan antwoorde ik "from Holland"… Nou, de blikken zeiden genoeg. Dat is gek,  iemand die zijn ‘’eigen’’ taal moet leren.  Volgens mij met moeite toendertijd niveau 4 gehaald, geprobeerd om alle uitzonderingen van de regels te onthouden, maar daar is geen beginnen aan! Klaar er mee dacht ik, ik ga de werkvloer op, daar kan ik dan goed nederlands leren!
To cut the story short… ik heb nog steeds Nederlands niet onder de knie. Als ik iets vertel waar emotie bij komt kijken, worden zomaar engelse woorden in mijn zinnen geintegreerd. Is het zo erg om Dunglish te spreken? Ik denk vaak bij mijzelf dat ik qua woordenschat heb ik the best of two worlds. In het engels bestaat het word gezellig en melig niet… veel gezocht in allerlei wordenboeken maar nooit een treffend woord gevonden die de lading dekt.
Kan ik niet beter een taal kiezen, want het komt tenslotte ook niet erg professioneel over om zo van het ene word naar het andere te switchen. Ik heb geaccepteerd dat ik praktiserend  bilingual ben en spreekt dus engels en nederlands door elkaaar. Ook bij mijn cliënten… if geloof niet dat het als storend over komt, ik denk juist dat de emphasis van wat ik wil zeggen duidelijker maakt! 
Maar goed, taal blijft een strijd, mijn brieven gaan niet de deur uit voordat ze zijn dubbel gecheckt door iemand, telefoongesprekken met vreemden vermijd ik en voor de rest probeer ik gewoon the best of two languages te spreken. 

Wie herkent dit nog meer?