woensdag 7 november 2012

Reizen

Morgen vertrekken wij naar Frankrijk. Dat doet mij denken aan de reisjes in Ethiopië die mijn moeder dan moest voorbereiden. Ik geloof dat zij er vaak een week mee bezig was, terwijl wij soms maar voor een weekend gingen.
Onze eindbestemming was Lake Langano. Een meer ongeveer 200 kilometer van Addis vandaan, en een van de weinig meren waar je geen bilharzia in op kon lopen.
Toen wij er kwamen was er een hotel aan het meer en een aantal bungalows. Maar wij gingen kamperen. Dat hield in dat er eten en drinken mee moest voor de hele tijd dat wij er waren want er waren geen winkels in de buurt. En dat er ook nog eens liters en liters en liters water mee werden gesjouwd, want er was ook geen schoon water beschikbaar. Echt niets kon vergeten worden, want reserve was er niet. Tenzij je bij de kamperende buren terecht kon.
Heel af en toe aten wij in het hotel, of kochten wij een fles Ambo (spa rood). Maar dat wat mijn moeder produceerde was altijd veel en veel lekkerder.
Terwijl zij zwoegde, en de auto inlaadde, dartelde ik zorgeloos eromheen, mij helemaal niet bewust van alle inspanningen die zij voor ons deed. Nu ik zelf bezig ben met inpakken realiseer ik mij hoeveel moeite zij er steeds in stak!
Op de plek aangekomen, na een lange dorstige stoffige route, gingen wij lekker zwemmen in het bruine water en bijkletsen met vrienden. Leuke herinneringen heb ik aan onze minivakanties daar!

Dus, mam, ik wil het toch een keer zeggen. Je was echt geweldig!! Het is heel bijzonder hoe je het iedere keer voor elkaar kreeg om alles goed voorbereid te hebben om ons een leuke tijd te bezorgen.

BEDANKT voor al je inspanningen!

donderdag 1 november 2012

Gesprek met mijn broer

Een paar dagen geleden gaf mijn broer de suggestie om een digitaal gesprek te voeren, en deze als blog te posten. Hier is het resultaat tot nu toe! 
Marit: Als je terugkijkt op jouw jeugd, welke beelden komen dan in je op?
Renzo: Een paar beelden komen naar boven:
Vrijheid: We hebben altijd gewoond op plekken met behoorlijk veel ruimte, de vrijheid om buiten te spelen, boomhutten te bouwen en zorgeloos mijn fantasie zijn gang te laten gaan. Pas in Nederland ging mijn wereld dicht en in mijn beleving is dat de eerste keer dat ik ervoer hoe het was om opgesloten te zijn.
Internationaal:  Het ongelofelijke mix van landen en culturen in mijn klas. Mijn beste vriend kwam uit India bijvoorbeeld en andere klasgenoten van Finland tot Tanzania. Een rijke jeugdervaring die ik telkens weer heb opgezocht in mijn latere leven, bijvoorbeeld op de Kibboets in Israël en zelfs op mijn laatste werkplek in Nederland in het Asielzoekerscentrum. 
Gastvrijheid: Ik weet nog dat er altijd mensen bij ons thuiskwamen van allerij soorten, piloten tot medici. Ons huis was een ontmoetingsplaats en een 'thuis weg van huis' voor vele mensen.

Renzo: Wat zijn de beelden die bij jou opkomen?

Marit: Leuk dat je dat schrijft over gastvrijheid! Dat herken ik heel erg, en dat gecombineerd met het internationale zie ik het liefst ook in mijn leven terugkomen. Hier in Nunspeet valt dat nog niet altijd mee, en ik merk dat taal een behoorlijke barrière kan zijn. In alle landen waar wij woonden spraken alle internationale mensen "gewoon" engels. Hier is dat lang niet altijd het geval! Dus dan zijn er misschien wel mensen uit andere landen waar ik contact mee zou kunnen leggen, maar dan is er toch geen gezamenlijkheid.
Ik denk vooral aan ruimte als ik aan vroeger denk. Van mij af kunnen kijken. In RVA over de Rift Valley heen, in Alert woonden wij op een heuvel, in Amerika in Carville hadden wij het hele terrein tot onze beschikking. Dat wat jij vrijheid noemt, dat noem ik dan ruimte. Dat mis ik nog regelmatig.

Marit: Wat vond jij het minst leuk eigenlijk? 
Renzo: Dat is een goeie vraag, want wij hebben het hier over de periode voor Nederland. Apart… het is moeilijk om ergens op te komen, ik weet dat er minder leuke dingen waren maar mijn gedachten gaan steeds terug naar Nederland. Een momentje…
Het eerste wat dan op komt is het steeds afscheid nemen, zeker van mijn vrienden, de laatste keer was het moeilijkst omdat ik net niet het einde van mijn schooljaar kon afmaken en niet mee kon gaan met het laatste schoolreisje. Achteraf kreeg ik brieven met foto's (o.a. het diploma uitreiking van mijn klasgenoten) gestuurd hoe leuk ze het hadden gehad.

Renzo: Ben ook benieuwd naar jou minst leuke momenten maar ook hoe jou afscheid was geweest.
Marit: Weet je dat ik dat niet wist, van jouw (niet) afscheid? Moeilijk vind ik dat om te lezen, want ik had je zo gegund dat je wel goed afscheid had kunnen nemen, zeker omdat ik weet hoe belangrijk het is. Mijn moeilijke afscheid was voor dat wij naar Amerika verhuisde, toen heb ik ook huilend in de auto gezeten. Maar mijn afscheid voordat ik naar Nederland kwam was goed. Iedereen ging weg, ik ook, ik stond er achter en had een re-entry course gehad en was er dus helemaal klaar voor :-). Tjonge, wat moet jij het moeilijk hebben gehad met het "inburgeren" in Nederland, nadat je niet goed afscheid had kunnen nemen. Misschien was het net zo moeilijk geweest als je wel afscheid had kunnen nemen, maar toch!
Nu is er zo veel bekend over verhuizen, en het belang van afscheid, en culture shock en zo. Ik denk dat onze ouders hun best gedaan hebben met wat zij wisten op dat moment, maar dat ouders van nu veel meer middelen en mogelijkheden hebben om goed rekening te houden met behoeftes van hun kinderen.

Marit: Wat zou als opvoedingsadvies geven, aan Joy bijvoorbeeld die nu vanuit haar TCK achtergrond een nieuw TCKtje aan het opvoeden is?
Renzo: Mee eens, onze ouders deden wat zij het beste dachten met het weinige informatie die toen beschikbaar was voor TCK's. Dat is hun allang vergeven.  Opvoeding advies, ha! Omdat ik geen kinderen heb en ook niet wil is het lastig om hier een antwoord op te geven. Denk dat andere ouders van TCK's een betere inzicht kunnen geven. Maar als ik toch iets moet zeggen is wees alert op je kinderen en luister vooral naar wat ze te zeggen hebben. Ik durf geen verdere advies te geven! En na het lezen van Joy's blog en haar kennende is het duidelijk dat zij (en haar man) al veel inzichten hebben, aangezien beiden ook TCK's zijn geweest.

dinsdag 30 oktober 2012

Mijn zus



Mijn lieve reizende ondernemende internationale zus geeft een blik in haar leven! 

"Ik ben van nature niet echt een ‘blogger’ maar ik weet dat mijn zus Marit erg geniet van ‘details, details en nog meer details’. Ik weet dat ze een blog van mij erg zal waarderen.  Het feit dat het in Nederlands moet vindt ik al erg onnatuurlijk! Ik hoor in mijn eigen hoofd mijn accent steeds erger worden met de jaren. Ik woon al sinds 2004 min of meer in het buitenland, en ik ben inmiddels met een Australiër getrouwd. Ik spreek nu veel minder Nederlands, en merk dat het mij steeds moeilijker vergaat. Zelfs met mijn eigen familie hoef ik geen Nederlands te spreken, het gaat ons nou eenmaal makkelijker af in het Engels. En toch spreek ik alleen maar Nederlands met mijn dochtertje. Het klinkt nou eenmaal leuker en liever. En als ik het eerlijk toegeef wil ik haar toch mee geven dat ze ook Nederlandse is. Ik denk dat zij ook met een accent zal spreken, vooral omdat mijn man nu ook in het ‘Nederlands’ begint te praten tegen haar. 

Inmiddels is Nadia, onze dochter, 14 maanden oud en heeft ze de hele wereld al afgereisd. En gelukkig reist ze goed. Ze is gemaakt in Ethiopië, geboren in Tasmanië,(Australië) en ze woont al sinds ze 7 maanden oud is in Liberia, West-Afrika. Ze is al in Nederland, Engeland, en Marokko op vakantie geweest. Haar leven zal vrijwel zeker blootgesteld worden aan veel meer landen en culturen. Mijn man en ik zijn beiden in het ‘buitenland’ opgegroeid. Ik in Ethiopië en Amerika, mijn man in Peru, Indonesië, Panama, Pakistan en Nicaragua . We waren beiden 11 jaar toen we naar onze land van ‘herkomst’ verhuisden. Ik kan niet echt zeggen dat we thuis kwamen want zo voelde dat niet. Ik sprak niet eens fatsoenlijk Nederlands, en hij sprak met een Amerikaans accent wat in Australië niet echt acceptabel was (of is). Nu is hij ook nog met een vrouw getrouwd die een Amerikaanse accent heeft (volgens de niet Amerikanen dan, Amerikanen zullen nooit zeggen dat ik een Amerikaans accent heb). 

Eigenlijk heb ik al een paar kern ervaringen laten vallen die mijn leven erg beïnvloeden. Ik ben in Nederland geen Nederlander want ik spreek met een accent. In het buitenland kunnen ze mijn accent ook niet plaatsen, dus waar kom ik nou eigenlijk vandaan? Om het nog mooier te maken, kon ik in mijn eigen geboorte land (Ethiopie), wat als thuis voor mij voelt, niet een verblijfsvergunning krijgen, en nu ik met een Australiër ben getrouwd en een Australisch kindje ter wereld heb gebracht betekent dat ook niet dat ik een Australisch verblijfsvergunning snel zal krijgen! Het is de ‘story of my life!’ Het is niet altijd makkelijk geweest en dat is het nog steeds soms niet, maar dat is het leven.  

Toch kiezen mijn man en ik er bewust voor om onze kinderen aan hetzelfde bloot te stellen.  De reden… Mijn ervaringen als kind hebben mij gevormd tot wie ik nu ben en de beslissingen beïnvloed die ik heb gemaakt om te zijn  waar ik nu ben. Ik herinner mij als kind de armoede en de onrecht en dat kon ik niet vergeten of zo makkelijk van mij afzetten. Ik moest en zou er wat aan gaan doen! Natuurlijk ben ik niet meer zo idealistisch en zie en begrijp ik de realiteit veel beter. Maar dat neemt niet weg dat ik nog steeds mijn bijdrage wil leveren op mijn kleine manier. Mijn man en ik hadden dit al vrij snel door toen we vrienden waren, dat we dit gevoel deelden. Het opgroeien in het buitenland heeft mij toleranter gemaakt, begripvoller en opener. Dat zijn kwaliteiten die ik graag aan mijn kinderen mee wil geven. Gisteren zaten we bij het strand in een restaurant en Nadia werd opgepakt en gezoend door Ethiopiërs, Liberianen en Chinezen. Dat doet mijn hartje goed. Zoals de mensen van alle nationaliteiten haar omarmen nu, wil ik dat zij hun bewust omarmt in de toekomst. Als wereld burger. 

De wereld  wordt tegenwoordig ook steeds maar kleiner, de grenzen vervagen, zij zal er op haar manier mee om moeten leren gaan. De manier waarop we ervoor kiezen om continuïteit te bieden is om, waar we ook zijn, de moeite te doen om van ons huis een thuis te maken. We hebben besloten Tasmanië tot onze thuisbasis te maken. Dat houdt in dat ons huis daar staat, en dat we daar vaak naar terug zullen gaan en de contacten met vrienden goed zullen onder houden. Als we besluiten naar Australië of Nederland te verhuizen dan doen we dit op het meest leeftijd vriendelijk moment. Dit zal dan zijn tijdens de overgang tussen de natuurlijke fases van school (basisschool- middelbare school- universiteit etc, daarna zijn ze hopelijk het huis uit). We zorgen ervoor dat de kinderen in ieder geval Nederlands kunnen verstaan en spreken. We proberen ervoor te zorgen veel in onze familie en vrienden te investeren zodat er in ieder geval continuïteit is. In tegendeel tot de positieve ervaringen van Marit kiezen wij er bewust voor onze kinderen nooit op een kostschool te doen. Mijn man heeft op kostschool gezeten en dat was de meest ongelukkige tijd van zijn jeugd. Het meest belangrijk is dat we ons gezin als team behandelen, als een familielid niet gelukkig is met dit leven dan zorgen we ervoor dat we wel met z’n allen gelukkig kunnen worden ergens anders. 

De wereld ligt aan onze voeten!"

maandag 29 oktober 2012

Wasgoed

Onze kleding werd centraal gewassen op kostschool. Iedereen werd geacht een "wastas" te hebben die wekelijks ingeleverd kon worden met vieze kleren. Na een paar dagen kon je in de rij gaan staan en je schone kleding keurig opgevouwen weer ophalen.
Om dat logistiek allemaal voor elkaar te krijgen moest je natuurlijk alles voorzien van naamlabels. Met veel pijn en moeite had ik samen met mijn moeder naamlabels in al mijn kledingstukken genaaid. Met de hand geschreven, met de hand geknipt en met de hand ingenaaid. Van onderbroeken tot pyjama's en bh's tot sportkleding, alles moest voorzien worden. Al naaiend kwamen wij erachter dat wij eigenlijk niet genoeg labelstof hadden. Dus wij besloten mijn naam in te korten. Marit Brandsma werd Marit Br. Scheelt toch weer een paar letters!
Na een paar weken op school begon ik kledingstukken te missen. Ik snapte er niets van! Van wat ik inleverde kwam maar de helft terug. Niet handig, als je maar een keer in de week je was mag inleveren.
Toen mijn nood eenmaal tot mij doordrong, waarschijnlijk pas toen ik mijn laatste schone onderbroek aan trok, ben ik gaan uitzoeken wat er aan de hand was.
Wat blijkt? Marit Br. werd toch echt niet als volwaardige naam beschouwd. De lieve wasvrouwen legden mijn kleding opzij, in de categorie "zonder naam". Die categorie was door hun toedoen inmiddels aardig gegroeid.
De volgende keer dat ik mijn was ging ophalen zag ik een briefje hangen in het washok: "Marit Br. is Marit Brandsma." En gelukkig kon ik vrij snel daarna weer schone onderbroeken aan.

vrijdag 26 oktober 2012

Mijn broer

Al een poosje zit ik achter mijn broer aan om wat te schrijven voor deze blog. Nu heeft hij het eindelijk gedaan. Ik moet erg lachen om zijn bijdrage en zal hem voortaan maar niet meer lastig vallen. ;-)
Overigens, als je het leuk vindt om engels te lezen, hij houdt zelf een blog bij op www.freeoneself.blogspot.com Ik ben erg trots op hem, en vind dat hij erg goed uit zijn woorden komt!

Hier is zijn bijdrage.....

Nederlands of Engels schrijven, ik weet het niet. Nederlandse blog dus dan maar Nederlands maar eigenlijk is Engels mijn gevoelstaal dus toch Engels maar dat kan ik niet maken, mijn zus heeft deze blog bewust Nederlands gemaakt dan toch maar verder in het Nederlands. Moet er even moeite voor doen maar here it comes:

Ik ben het vertellen en het uitleggen over mijn jeugd helemaal zat. Zo zat dat ik even diep in moet ademen als iemand weer vraagt waar ik vandaag kom (ik heb zo’n leuke accent). Vermoeiend is het en ik heb vele malen mijn verhaal proberen interessant te houden voor mezelf... “Ja ik heb een Nederlandse paspoort maar voel mij niet echt Nederlander”, “ik ben opgegroeid in verschillende landen”, “Ik ben ik vier landen opgegroeid?”, “ik ben een heel klein beetje Afrikaans”, enz. enz. enz.

Ben het helemaal zat. Het accent die mij constant verraad als ik Nederlands praat. Als ik schrijf is dat iets minder opvallend tenzij ik schrijf over mijn jeugd natuurlijk, ben ik nu alweer bezig met mijn jeugd, het blijft me achtervolgen....

Nou, ok, hier dan voor de laatste keer (in my dreams) mijn verhaal.

Uganda geboren, In Ethiopië gewoond, naar Amerika gegaan, terug naar Ethiopië, toen naar Nederland....... Klaar.

Bedankt voor lezen en een hele fijne dag, en niet meer vragen OK?

zondag 7 oktober 2012

Vraag 8

Ken jij de term Third Culture Kids (TCK's)? Zo ja, hoe heb je er over gehoord en hoe heeft het je geholpen om wat over TCK's te weten?

Een bevoorrecht mens ben ik in deze. Ik mocht namelijk in mijn diplomeringsjaar een re-entry seminar meemaken, geleid door niemand minder dan Dave Pollock, die de bijbel over "TCK's" heeft geschreven (Third Culture Kids, Growing up among worlds) 
Onlangs had ik het hierover op facebook, met een aantal van mijn klasgenoten van toen. Velen van hen kunnen de seminar niet herinneren, maar het staat mij nog helder bij. Het heeft mij toen heel erg geholpen om bewust afscheid te nemen van Kenia, en ook ervoor te zorgen dat er geen lijntjes liepen die "onaf" waren. Goed afscheid nemen is zo belangrijk! Ik herinner mij een vriendje van vroeger waar ik geen goed afscheid van heb genomen. Nog jaren heb ik over hem gedroomd, zo'n grote rol speelde dat nog.

Nadat ik terug naar Nederland kwam, heb ik een paar jaar meegewerkt aan het organiseren van bijeenkomsten en weekenden voor TCK's, en dan in het bijzonder voor MK's (missionary kids).  Ook heb ik hier en daar een lezing bijgewoond, aan onderzoeken meegewerkt en mezelf in die wereld verdiept. Met vlagen komt deze belangstelling terug.

Het is nou eenmaal zo dat mijn jeugd anders dan anders is geweest. Dat heeft mij gevormd op goede en minder goede manieren. Ik kan dat wel negeren, of wegdrukken naar de achtergrond, of er niet mee bezig zijn, maar wat ik eigenlijk wil is het integreren in het hier en nu.  Ik hoef niet met een bord op mijn hoofd rond te lopen met "kijk, ik ben een third culture kid!". Maar het is wel leuk als er ruimte is voor mijn anders zijn in de contacten die ik nu heb.

Hoe dat er dan precies uitziet weet ik niet zeker.

zondag 16 september 2012

Kostschool, deel 2

Ik las met frisse ogen mijn kostschool ervaringen en realiseerde mij dat het kil en kaal over zou kunnen komen.

Wat je niet leest, maar wat er wel was, was de camaraderie onderling. Het bruisend geheel van 500 leerlingen van diverse pluimage die zich bezig houden met voetbal, rugby, basketbal, fotografie, toneel, of muziek (of allemaal). Het feit dat je amper over het terrein kon lopen zonder een praatje met deze of gene aan te knopen. Het gegons in de eetzaal, muziek in de recreatieruimte, de coach die aanwijzingen roept op het veld. Er was altijd wel iets te om te doen of iemand om mee te spreken, behalve in de minuten voordat je binnen moest zijn. Als je je dan nog buiten bevond, dan was het pas echt stil!

Vervolgens kwam je in het gegons van de dormitory terecht. Met meiden die door elkaar kletsen, open deuren waar muziek uit komt, iemand die een instrument aan het bespelen was, wc's die werden doorgetrokken, föhns die topuren maakten. Totdat het tijd was om te studeren, en je verplicht was om stil te zijn en je te focussen op je huiswerk.

Zondags gingen wij allemaal naar de kerk. In onze leukste kleding. Zondagmiddag was ongeveer de enige middag dat er geen bedrijvigheid was. Geen sport, geen toneel, alleen rust. Na de zondagmiddagmaal hing er rust over het terrein.  Ik heb regelmatig lekker bijgeslapen op een zondagmiddag, of loom in het gras gelegen met een boekje erbij.

Die combinatie van structuur en bedrijvigheid vond ik heerlijk. Eigenlijk heb ik mijn eigen leven pas leren plannen nadat ik naar Nederland kwam. Voor die tijd werd mijn leven gepland. In Ethiopië en Amerika  door ouders waarvan ik afhankelijk was voor vervoer. Op kostschool door de regels van de school. Eigen keuzes maken hoefde niet, en kon soms ook niet.
Toch stammen mijn leukste herinneringen uit mijn kostschool tijd en kan ik soms wel verlangen naar een tijd waarin ik niet zelf aan de roer van mijn leven sta, maar mij lekker even kan laten leiden. ;-).

vrijdag 14 september 2012

Soms in Afrika

Ik ken Floor Koomen eigenlijk al vanaf mijn 18de. Via In de Ruimte, bekend van kerk, kinderkampen en bijbelschool. Maar op een of andere manier was nooit blijven hangen dat hij ook in Afrika is opgegroeid. Zijn boek Soms in Afrika is nu uitgekomen. Ik heb hem gevraagd of ik een fragment uit zijn boek mocht posten, en dat mocht. Hieronder een gedeelte van zijn verhaal. 
Zijn boek is hier te bestellen. 

Vanaf mijn elfde levensjaar kom ik er soms, in Afrika.
Soms houd ik van het continent, de mensen, de sfeer. Soms
denk ik het ineens te begrijpen en dan weer helemaal niet.
Soms is het grappig, vaak tragisch.
‘Soms’ is het sleutelwoord voor mijn reizen daar.
Alles is er vaak soms. Soms is er stroom, water of benzine.
De bus, trein en het vliegtuig vertrekken er soms. Twaalf uur
is soms twaalf uur, maar soms ook drie uur of de volgende dag.
Dat hangt er maar van af. In Afrika is heel veel soms, maar er
is ook een ‘altijd’. Altijd zijn de dingen er relatief. En zo wordt
altijd toch weer soms. Er is geen ontkomen aan… soms

Wij woonden in een eenvoudig lemen huis in het dorpje Utange
te midden van de lokale Digo- en Gyriamastammen. Anders
dan bij de andere westerlingen hadden wij geen hek, geen bewakers,
geen zwembad, geen airco en geen gazon. Zeker, we
hadden het luxer dan onze buren. Wij hadden een watertank
op het golfplaten dak, een generator voor stroom en de voorzijde
van ons huis was aangesmeerd met wit pleisterwerk.
Mijn moeder was haar tijd vooruit. Ze had een missie: Afrika
en zijn bewoners zijn de moeite waard. Wij zouden zo veel
mogelijk leven als zij. Dat betekende: een kleine groentetuin
op ons landje, een kleine kudde geiten die – als ik ze hoedde
– nooit daar gingen waar ik wilde, honden, loslopende kippen
en – bij het vallen van de avond – altijd bezoek van buren voor
een kop thee, een kletspraatje en een poging wat geld van mijn
moeder ‘te lenen’.
Als beginnend ‘man’ van elf à twaalf jaar was ik behoorlijk
onder de indruk van de blote borsten van onze buurvrouwen.
Die wiebelden en zwabberden vrijuit voor mijn ogen, als ze
breed gebarend iets stonden te betogen of wanneer ze dansten.
Naast een ontluikende interesse voor het andere geslacht fascineerde
de aardsheid en het ongecompliceerde me zeer. Daar
waar ik mijn leven lang al de lichte neiging heb het bestaan te
vergeestelijken, wijst de Afrikaanse vrouw me met haar forse
achterwerk en aan zwaartekracht lijdende borsten naar de vaste
grond onder mijn zweverige voeten.
Voor en naast ons huis stonden tussen de kokospalmen een
paar indrukwekkende mangobomen die heerlijke vruchten
voortbrachten. Als we die wilden eten, wachtten we tot er apen
– vaak meerkatten, soms bavianen – in de bomen zaten. Als we
dan stenen naar ze gooiden, werden ze kwaad en vochten terug
door ons te bekogelen met de vruchten.


Soms in Afrika  ISBN 978-90-5999-9015

donderdag 13 september 2012

Kostschool, deel 1


Ik heb op kostschool gezeten. Kostschool heeft voor velen de associatie met opgesloten worden en weinig mogen, of de associatie met boeken van Enid Blyton, voor degene onder ons die nog oud genoeg zijn om zich dat te herinneren.
Beide beelden kloppen niet, in ieder geval niet met hoe het voor mij was de twee jaar dat ik er op zat.

Mijn kostschool, Rift Valley Academy, was in Kenia. Een flink aantal gebouwen, speelvelden, eetzalen... eigenlijk was het een dorp op zich. Het was gebouwd tegen de rand van een heuvel aan. Als je naar biologieles moest, dan kwam je hijgend en puffend aan, hoe goed je conditie ook was, omdat je eerst 100 trappen naar boven had moeten lopen.

Slapen deden wij in dormitories. Dat wordt in het Nederlands vertaald als studentenhuizen. Elk huis, of elke verdieping had een "moeder" die de boel in de gaten hield en zorgde voor rust, reinheid en regelmaat. Bij de meiden was dat altijd een alleenstaande vrouw, bij de mannen was het vaak een echtpaar. Ook daar moest nagedacht worden over misbruik natuurlijk! En maar goed ook, want volgens mij zou je het als man knap moeilijk krijgen als er steeds maar mooie meiden je huis in en uit huppelden, al dan niet schaars gekleed.

Als er wel eens een man in huis kwam, en dat was een zeldzaamheid, dan werd die aangekondigd met luid geroep. "MAN ON THE FLOOR" werd er dan geschreeuwd, zodat iedereen wist dat ze niet op dat moment in handdoekje op weg naar de douche moesten gaan. Vaak vlogen de deuren van de kamers dan toch open, nieuwsgierig om te zien welke man zich in de vrouwenheiligdom begaf.

Eten deden wij in de eetzaal. 's ochtends, 's middags en 's avonds werden er lange rijen gevormd. Vervolgens kreeg je een ijzeren dienblad met verdeelvakken en kon je daar je eten opscheppen. Vermoedelijk gebruiken ze die dienbladen nog steeds want ze waren onverwoestbaar. Bepaalde gerechten kwamen steeds terug, vaak tot groot ongenoegen. Zo hadden wij een gerecht dat in het engels shepherds pie heet (Herderstaart). Aardappelpuree, gehakt en groente. Dat werd vaak shepherds pile genoemd, oftewel herderstront. Daar leek het ook wel een beetje op.  Soms kregen wij lapjes rundvlees bij het ontbijt. Die waren dan zo taai dat wij ze schoenleer noemde.

Snackjes kon je bij het winkeltje kopen, als je geld had. En soms hadden de "moeders" een voorraadje koekjes en/of cola in huis die je dan ter plekke kon kopen als je echt verging van de honger of trek.

Douchen deden wij in grote ruimtes met meerdere douches, een beetje een kampgevoel kreeg je dan. Ochtenddouches waren zeer gewild, dus daar deed ik maar niet aan. In alle rust douchte ik 's avonds, en bleef ik 's ochtends lekker wat langer liggen. Toen was ik ook een uitzondering tussen alle amerikaanse meiden. Ik had namelijk maar tien minuten nodig om aangekleed en al klaar te staan om te ontbijten. Terwijl menig meisje dan al uren bezig was geweest met haar en make-up. En ik overdrijf maar een klein beetje ;-)

Op de foto ben ik de middelste. Bij een pizzaparty bij de "moeder" in huis. Dan hoefden wij even geen massavoer te eten en konden wij in een klein groepje gezellig met elkaar kletsen.

Al schrijvend komen er zoveel herinneringen bovendrijven dat ik hier maar een deel twee aan vastknoop een dezer dagen!

dinsdag 11 september 2012

Re-entry en Culture Shock

Als je zomaar plompverloren van de ene cultuur in de ander stapt, door vakantie of door verhuizing, dan gebeurt er wel wat met je. Je moet wennen aan alle nieuwe geluiden, kleuren, en geuren. En nog het meeste aan nieuwe gewoontes en gebruiken. Op vakantie valt dat vaak nog wel mee. Dan zit je vaak in een coconnetje van vakantie en dan is al het nieuws leuk en draagt het bij aan een heerlijk vakantiegevoel.

Als je verhuisd, dan is het anders. Want dan is de nieuwe plek jouw nieuwe thuis en dat vraagt andere dingen van je dan wentelen in lekkere vakantiegevoelens.
Culture shock is dan een van termen die voorbij komt. Gelukkig is er steeds meer begrip voor. Ook voor zendelingen of ex-pat mensen die verhuizen naar het buitenland.

Op mijn kostschool was mijn eindexamenklas de eerste klas waarbij er bewust aandacht besteed werd aan wat je te wachten stond als je naar "huis" ging. Wij gingen een heel weekend als klas op pad en er werd uitgebreid gesproken over de re-entry, oftewel terugkeer. Verschillende principes kwamen voorbij. Van hoe je alles vaak eerst romantiseert en daarna in een gat kan vallen. Hoe communicatie en verwachtingen anders kunnen lopen. Van het belang van goed afscheid nemen. Een avond werd besteed aan het opruimen van oud zeer. Wij kregen allemaal de gelegenheid om ruzies bij te leggen, en elkaar te vergeven. Dat was zo helend, en ook zo bijzonder!

Dat weekend heeft mij echt geholpen om naar "huis" te gaan. Ik kon mezelf beter snappen en was ook beter voorbereid op de grote boze nederlandse wereld ;-).

Van de week sprak ik iemand die wel "zomaar" in Nederland kwam, en niet wist wat haar te wachten stond. Ik weet niet of ik er zo goed mee om was gegaan als zij! Dan blijkt ook hoe belangrijk het is om mensen om je heen te hebben die je verhaal willen horen, die nieuwsgierig zijn naar hoe het is op de plek waar je vandaan komt. Voor haar was dat een vriendin, voor mij mijn man. Hij was nieuwsgierig naar mij, naar mijn achtergrond, naar mijn verhaal, en in het begin vond hij het ook prima om alles in het engels aan te horen. Geen wonder dat ik uiteindelijk met hem ben getrouwd! 

zaterdag 8 september 2012

Eten

Toen wij in Ethiopie woonden, hadden wij het niet zo breed wat eten betreft. Er was gewoon erg weinig. Mijn moeder maakte haar eigen yoghurt en boter van melk die in een kannetje aan huis werd aangeleverd. Melk die van een koe kwam die van alles at wat langs de weg lag. Vuilnis grotendeels, en af en toe een stuk karton voor vulling. Je kunt je misschien voorstellen dat de melk niet echt lekker was.
Als wij in Nederland kwamen dan was een glas koude melk, zo uit de koelkast, een lekkerder traktatie dan een glas cola. Dit tot grote verbazing van familie en vrienden!
Kaas was er heel lang niet. Of heel duur geïmporteerd uit het buitenland. Die kon je dan gaan kopen in een winkel waar je alleen met een speciaal pasje naar binnen mocht, eigenlijk een winkel voor buitenlanders of rijke Ethiopiërs. Maar ook die winkel stelde toen niet veel voor. Half lege schappen, en wat er was was soms flink over de datum.
Koekjes werden dus thuis gebakken, maar ook die waren niet altijd even lekker. Ik herinner mij een keer dat de koekjes niet goed gelukt waren, en wij ze gewoon niet opaten. Mijn moeder wilde geen nieuwe koekjes bakken, totdat die oude op waren. Op een gegeven moment stonden de spinnenwebben in de koekjestrommel en werden ze toch maar weggegooid. Wat een uitzondering was, weggooien, want zo veel viel er niet weg te doen!
Helaas leidde dat chronisch tekort aan lekkere dingen ook naar hebzucht als wij wel iets hadden. Nog vind ik het verschrikkelijk moeilijk om met mate te eten. Alles is zo lekker, en het is er! Matigen met eten ken ik niet, met als gevolg dat ik of "aan de lijn" ben, of overeet zodat ik weer aankom.
Mag ik daar misschien mijn jeugd de schuld van geven? ;-)
Waarschijnlijk niet helemaal, maar ik heb toch wel de indruk dat het ook een rol speelt in mijn gemengde relatie met eten.

woensdag 5 september 2012

Vraag Zeven

Drieculturen heeft gevraagd of ik een vragenlijst voor haar in wil vullen over hoe ik ben opgegroeid. Dat wil ik wel, dus de komende tijd zullen jullie een aantal vragen van haar beantwoord zien op deze plek:
Vandaag vraag zeven:

Heb jij advies voor mensen met kinderen die nu weggaan?

Een poosje geleden las ik ergens een artikel over de invloed van sociale media op de Third Culture Kids van tegenwoordig. (zo heten de kinderen die opgroeien in het buitenland).

Ik kom nog uit de generatie die blauwe luchtpostvelletjes verstuurde en brieven schreef aan mijn ouders. Ik had niet of nauwelijks contact met andere familieleden zoals opa's, oma's, en tantes en ooms. Laat staan dat ik contact had met andere kennissen uit Nederland. Na elke verhuizing bleef er misschien een vriendschap over waarmee ik dan brieven wisselde, maar dat was vaker niet dan wel.
Het is nu dus heel anders om weg te gaan met kinderen. Internet en sociale media geven een platform voor alles wat nog "thuis" is. Via facebook kun je op de hoogte blijven van hoe het met familie en vrienden gaat. Je kunt skypen en daadwerkelijk zien waar iemand woont. Afstand wordt steeds betrekkelijker en hoeft niet zo definitief aan te voelen. Er is echt veel veranderd, ten goede denk ik ook.
Het is dus maar de vraag of ik advies kan geven aan mensen die nu weg gaan omdat de omstandigheden zo anders zijn geworden.

Maar er blijven waarschijnlijk wel een aantal dingen overeind.

Het aller aller belangrijkst is om je bewust te zijn van wat er gebeurt in het leven van je kinderen. Tijd en ruimte geven om goed afscheid te nemen. Tijd en ruimte geven om te acclimatiseren in een nieuw land. Zorgen dat je zelf een veilige basis bent en blijft voor je kinderen dwars door de veranderingen heen. Niet over gevoel heen walsen, maar ruimte geven voor de beleving van je kinderen en ze betrekken (voor zover dat kan) bij de keuzes die je maakt.
Ons kerngezin was heel hecht, en dat was heel fijn voor ons. Mijn man had er vroeger wel eens moeite mee, en misschien soms nog steeds, want wij vormden een front met een eigen mening. Ik geniet nog altijd van het hechte contact met mijn familie. Niet dat wij de deur plat lopen bij elkaar, want dat is echt niet het geval. Sterker nog, ik heb een zus in Liberia wonen en een broer die binnenkort naar Curacao verhuisd. Maar onze familieband blijft sterk. En het zou zelf zo kunnen zijn dat ik mijn broer binnenkort vaker op skype zie en spreek dan dat ik hem zag en sprak toen hij hier nog geen uur vandaan woonde.

Waar je ook woont, goede relaties met mensen vormen een hele belangrijke basis voor het thuis voelen. Investeren in relaties loont altijd de moeite, ook al is het afscheid nemen soms zwaar. 



dinsdag 4 september 2012

Luxe

Weet je wat ik echt luxe vind?
Thuis komen en dat het huis schoon is.

Die luxe heb ik hier een keer in de twee weken. Iedere keer ben ik weer dankbaar dat de boel spic en span is en dat ik het niet heb hoeven doen.
Misschien komt het wel door hoe ik ben opgegroeid, dat ik die allergie heb voor huishouden doen. Vroeger, (ja, ja, vroeger!!) toen was het anders. Als je in Afrika woont dan heb je bijna vanzelfsprekend hulp in de huishouding. Op een gegeven moment hadden wij hulp in de huishouding, iemand die hielp met het koken, en een tuinman. De gewoonste zaak van de wereld. Hoewel mijn moeder altijd het goede voorbeeld gaf, zij werkte altijd samen op met de hulp, al pratend met handen en voeten.
Ik heb dus veel te lang geen vinger uit hoeven steken thuis. En ook nooit de behoefte gevoeld. Toen ik op kamers ging moest ik mijn moeder bellen om te horen hoe ik de was moest draaien. Mijn huisgenoten hebben op een gegeven moment besloten dat er niet gezamenlijk gewassen mocht worden, nadat ik twee wassen van wit naar roze had getoverd.
Koken heb ik ooit niet geleerd. Nu gebruik ik wel recepten van mijn moeder, en met veel plezier, maar creatief koken heb ik eigenlijk van mijn man geleerd.
Als je het goed beschouwt ben ik een verwend nest, en lui ook. Het liefst wil ik niet hoeven schoonmaken of koken, alleen als ik het wil ;-).

Voor alle duidelijkheid, niet alle kinderen die opgroeien in het buitenland worden zoals ik! Ik kan mij herinneren dat mijn zus zich wel veel meer bemoeide met het huishouden en het koken. Ik daarentegen, liet het mij heerlijk aanleunen.

maandag 3 september 2012

Lepra

In mijn vorige post liet ik even weten dat ik lepra heb gehad. Misschien leuk om daar nu wat verder op in te gaan. Voor een aantal mensen een bekend verhaal, voor anderen misschien juist niet.

Vanaf dat wij naar Afrika verhuisden, in eerste instantie was dat Oeganda, heeft mijn vader met leprapatiënten gewerkt. In Ethiopië woonden wij op het terrein van een groot lepraziekenhuis en onderzoekscentrum.
Lepra is dus niet zo heel raar voor ons. En in het algemeen kloppen de beelden van mensen met stompjes ook. Maar dat komt gewoon omdat men er niet snel genoeg bij is, mede omdat er zo'n stigma omheen is.
Laat ik nou een voorbeeld zijn van hoe het anders kan gaan.

Toen ik 12 of 13 was (ik ben nou eenmaal heel slecht in jaartallen en leeftijden onthouden) woonde wij in Louisiana, in Amerika. Ook daar woonden wij op het terrein van een ziekenhuis/onderzoekscentrum.  Er was een zwembad op het terrein waar wij ongeveer dag en nacht in lagen, en vervolgens ook bruin werden van de zon. De witte plek op mijn knie die er al een poosje zat was daardoor nog opvallender. Er was nooit echt aandacht aan geschonken. Wij speelden nou eenmaal veel buiten en een schrammetje of plekje meer of minder maakten wij ons niet druk om.

De aanleiding weet ik niet goed meer, maar op een middag werd er besloten om een gevoeligheidstestje te doen op die plek. Al gauw bleek dat het niet goed zat met de zenuwen. Ik reageerde niet of op een rare manier als ik op die plek aangeraakt werd. Dat is het duidelijkste gevolg van lepra, zenuwen die het niet meer goed doen.
Prompt ging ik de medische molen in. Binnen no time werd de diagnose lepra gesteld. In mijn geval betekende dat twee jaar medicijnen slikken en een wit plekje dat steeds verder terugtrok totdat er alleen maar een litteken van een biopsie te zien was.

De stigma eromheen, daar heb ik nog wel last van gehad. Geheimzinnig doen op school over ziekenhuisafspraken. Niets durven vertellen. Een lerares die zei dat ze liever dood ging dan lepra had. Een opmerking waar ik dan eigenlijk weer niet goed op kon reageren. Moeders van vriendinnen die het toch wel spannend vonden als mijn vriendinnen bij ons bleven logeren. Ik mocht op een gegeven moment zelfs niet meer zwemmen in het zwembad op het terrein.

Toch heb ik niet de indruk dat er een trauma aan heb overgehouden. Het heeft zelfs leuke dingen opgeleverd. Ik heb in drie verschillende documentaires meegedaan met mijn lepraverhaal. Twee daarvan leverde mij een reisje op. Een keer naar Amerika en een keer naar Nepal. Niet gek toch?

Misschien komt er nog een tijd dat ik "iets" doe met dit verhaal. Iets wat meer impact heeft rondom het stigma rondom lepra. Een interviewtje op zijn tijd levert buiten een leuk verhaal eigenlijk niet zo heel veel op.


Meer lezen over lepra?
www.leprazending.nl 

zaterdag 1 september 2012

Ontmoetingen

De afgelopen twee maanden is mijn dochter in India geweest. Uiteindelijk is ze ook 10 dagen in Karigiri aan de slag gegaan. Locatie van een lepraziekenhuis, inmiddels ook een onderzoekscentrum. Mijn ouders hebben daar ook een aantal jaar gewoond. Toen dochterlief daar een aantal dagen was, hing er een briefje op het prikbord, dat de kleindochter van Wim en Mariet Brandsma er rondliep. Zo werd ze aangesproken door deze en gene die mijn ouders kenden.
Paul Brand heeft ook in Karigiri gewerkt. Hij is in de leprawereld een bekendheid, een legende bijna. Een prachtige wijze intelligente betrokken man waarvan ik het voorrecht had om die ook te kennen. En hij heeft Marinda als baby nog vastgehouden, van hem en zijn vrouw kregen wij een mooi kraamkado.
De wereld van Paul Brand, van mijn vader, van mij, en van mijn dochter kwamen bij elkaar een paar weken geleden, toen mijn dochter daar rondliep. Zij deed onderzoek naar de stigma rond lepra, een ziekte die ik heb gehad, op een plek waar mijn ouders hebben gewoond, en op een plaats waarin de erfenis van Paul Brand nog altijd voortleeft in de betrokkenheid van de mensen. Een man waar zij bij op schoot heeft gezeten.
Mooi vind ik dat, dat verschillende stukjes uit ons leven zo in elkaar verweven raken.

zondag 26 augustus 2012

Kerken

Ik ben opgegroeid met zondags naar de kerk gaan. Dat doe ik nog steeds.

In onze omzwervingen in de wereld kwamen wij in een grote diversiteit aan kerken.  Zo heb ik, samen met broer en zussen,  een jaar op de school van Jimmy Swaggart gezeten en waren wij ook lid van zijn kerkgemeenschap. Massale kerkdiensten met ongeveer 5000 mensen. Vol evangelisch, handen in de lucht, gepassioneerde preken en galmende koren. Hij had een television ministry, een bijbelschool, een lagere en middelbare school en een gigantische kerk."Maar wie is Jimmy Swaggart dan?" hoor ik sommigen van jullie vragen. Hij was een bekende televangelist die in 1988 toegaf dat hij overspel had gepleegd met een prostitué. Beelden van zijn confession (start rond 2:47) zijn een poos te zien geweest rond die tijd.

Maar ik ben ook naar Keniaanse kerkdiensten geweest. Waar je ruim de tijd voor uit moet trekken. Zeker als het kerkdiensten in de bush zijn. Daar kan een dienst rustig een uur of vier duren. En soms langer. Geduld is dan een schone zaak.

Ethiopische diensten in de koptische kerk zijn liturgisch en traditioneel.Volgens mij heb ik nooit een hele dienst meegemaakt, wel de processies buiten. Vol met geur en kleur. Geweldig mooie gewaden, fel gekleurde paraplus, prachtig bewerkte kruizen, en wierook. Ethiopië heeft een ontzettend rijke kerkgeschiedenis, en is daarin echt anders dan andere afrikaanse landen.

Mijn kostschool was christelijk, met een mengeling aan denominaties. Ik had meisjes in de klas alleen maar in rok mochten lopen en hun haar niet mochten knippen. En anderen die meer evangelisch waren. Of europeanen zoals ik die christen waren maar niet moeilijk deden over roken, drinken en dansen. Eigenlijk heel mooi hoe wij op de school met elkaar optrokken en gezamenlijke kerkdiensten hadden. Ik heb nooit gemerkt dat mensen vanwege geloofskwesties niet met elkaar op konden schieten.

Toen ik in Nepal was, op bezoek bij mijn ouders, liep ik tempel in tempel uit en zag ik het verbranden van lichamen langs de rivier. Weer een heel andere geloofsbeleving. Een land waar een man ooit tegen mij zei "in  your country God makes you, in our country we make gods." Dat kan ik alleen maar beamen.  

Vanmiddag ga ik naar een internationale kerk in Amersfoort. Gewoon, even snuffelen. Kijken hoe ik het vind om in een internationale omgeving mijn geloof te vieren, na zoveel jaar Nederlandse kerk. Ik ben benieuwd!

dinsdag 21 augustus 2012

Vraag Zes

Drieculturen heeft gevraagd of ik een vragenlijst voor haar in wil vullen over hoe ik ben opgegroeid. Dat wil ik wel, dus de komende tijd zullen jullie een aantal vragen van haar beantwoord zien op deze plek:
Vandaag vraag zes:


Welke talen spreek je? Heb je adviezen wat taal betreft voor gezinnen die in het buitenland wonen?

Helaas, helaas spreek ik maar twee talen. Engels en Nederlands. Op een of andere manier werden wij niet gestimuleerd om de lokale taal te spreken van het land waar wij woonde. In mijn geval had ik amhaars kunnen leren toen ik in Ethiopie woonde. Dat is de taal die het meest gesproken werd in die stad. Het was nog niet eens makkelijk geweest, zeker ook niet met het ander schrift erbij! Maar misschien was ik dan wat verder gekomen dan vieze woorden zeggen :-).

Mijn nederlands is beter dan die van mijn broers en zussen (dat zou je misschien niet denken, want ik schijn op deze blog best wel wat fouten te maken....). Dat komt volgens mij omdat mijn moeder nog geen engels kende, of hoefde te kennen, toen ik geboren werd. De noodzaak daarvoor kwam pas toen zij in Oeganda gingen wonen, en toen was ik al een jaar of 3. Een redelijke stevige nederlandse basis was toen al gelegd. Dat begint al zo vroeg!

Onze ouders hebben er nooit langdurig voor gekozen om ons nederlandse les te geven. Hoewel mijn jongste zus en broer wel een paar maanden geleden hebben op een klein nederlands schooltje in Ethiopie. Op de zaterdagochtend geloof ik. Volgens mij heeft dat niet lang geduurd, maar dat weten zij beter dan ik!

Ook werden wij thuis niet gedwongen om Nederlands te spreken. Wij spreken als broer en zussen nog altijd engels met elkaar of eigenlijk dunglish. Dat leid soms tot gekke situaties waarin wij druk engels sprekend een nederlandse winkel binnenlopen om vervolgens bij de kassa in het nederlands af te rekenen. Gekke blikken krijg je zo nu en dan.

Eigenlijk vind ik het heel raar dat ik in zo veel landen gewoond heb en nooit meer heb geleerd dat Nederlands en Engels. Ik had meer talen geleerd als ik in Nederland was opgegroeid!!

Wat adviezen voor taal betreft. Als je zeker weet dat je met je kinderen teruggaat naar "huis", zorg er dan voor dat ze ook de taal leren. Je zult protest krijgen, ze zullen het niet willen, en het zal misschien onnatuurlijk overkomen. Maar ze hebben er alleen maar baat bij als ze weer terugkomen. Ik heb genoeg gezien dat taal een drempel kan zijn in opleidingskeuzes. Dat is jammer! En sommige dingen zijn verdraaid lastig om aan te leren, als je ze nooit goed geleerd hebt.

maandag 20 augustus 2012

Verschil

Ook in de wereld van mensen die opgroeien in het buitenland zijn er onderlinge verschillen. Het maakt nogal  uit of je uitgezonden wordt door een zendingsorganisatie, of door een regering of een multinational.

Mijn vader werkt in de leprazorg. Dit heeft hij jaren gedaan via de Leprastichting, en ook een aantal jaar via de Leprazending. De leprastichting is niet christelijk, de leprazending wel. In de salarissen en arbeidsvoorwaarden zie je vaak het verschil. En ook in hoe mensen benaderd worden natuurlijk!

Wij hebben altijd een beetje gezweefd op het grijze vlak tussen zendings- en ontwikkelingswerk. Jarenlang hebben wij de voordelen gehad van het werken voor een niet zendingsorganisatie en het dus meer horen bij de "expat" wereld. Meer salaris, meer ruimte voor vakanties, het gewoon vinden om jaarlijks terug te gaan naar je thuisland. Maar mijn ouders zijn wel al die tijd christen geweest, en dus kwamen wij ook in aanraking met zendelingen die moesten leven van support die zij zelf moesten genereren, of met salarissen en arbeidsvoorwaarden die nou eenmaal minder riant waren.

Voor mij werd dit het scherpst neergezet toen ik een keer op kostschool zat en mijn zakgeld op was. Ik belde mijn ouders en er werd meer geld gestort. Het ging misschien om 200 shilling of zo, zeker weten doe ik het niet. Maar toen ik dat opnam, voor een dagje winkelen, toen kwam een klasgenoot van mij ook bij de balie staan. Hij nam 20 shilling op. En meer had hij echt niet, dat kon ik aan hem merken. Hij moest voorzichtig doen met het geld en ik kon (in ieder geval op dat moment) mijn handje ophouden bij mijn ouders en kreeg het geld zonder vragen.

Het luxe van het expatleven heb ik dus zijdelings meegekregen, en daarnaast de soberheid van het zendingsleven. Ook daarin hoorde ik niet helemaal bij het een of het ander.
Volgens mij kunnen wij rustig concluderen dat dat de rode draad door mijn leven is!

zondag 19 augustus 2012

Verhaal van Inge

Al surfend op het internet kwam ik deze reportage tegen.


Het verhaal van Inge die terugkomt naar Assen na 8 jaar in Mozambique gewoond te hebben.




zaterdag 18 augustus 2012

Thuis voelen

Bijna 5 jaar geleden zijn wij met ons hele gezin teruggegaan naar Ethiopië. Mijn ouders woonde daar weer, en het kwam zo uit dat wij met vier kinderen plus aanhang plus eigen kinderen daar op visite konden gaan.
Het was een heel bijzondere reis. Teruggaan naar "huis" en toch ook niet helemaal.

Alles voelde vertrouwd. De geuren waren bekend. Zelfs het huis was bekend, want het stond naast een van de huizen waar wij gewoond hadden. Op oudjaarsavond waren wij op bezoek bij mensen en kon ik mijn eigen naam terugvinden op de kastdeur van de kamer waar ik zelf ooit geslapen had. Wij zijn op bezoek gegaan bij mijn oude school en ik kwam zelfs oude bekenden tegen. Natuurlijk waren er ook dingen veranderd. Zo kon ik met mijn broer zomaar over straat lopen toen wij een dagje gingen stadten. Niks geen gebedel en getrek en gedram om ons heen. Het was een stuk "beschaafder". Wij zijn zelfs lokale taxi's in en uit gestapt zonder gedoe.
Het terrein waar wij zoveel jaar hadden gewoond was verwilderd en slecht onderhouden. Dat was pijnlijk om te zien. Maar te midden van het hoge onkruid hebben wij toch nog een potje tennis gespeeld samen met mijn vader. Mijn kinderen op mijn tennisbaan van vroeger. Met mijn man op de markato rondlopen om gordijnen te zoeken. Souveniers kopen, injera eten, zwemmen, dagtochtjes en zelfs nog een Road Trip naar gebieden waar ik nog niet eerder was geweest.
Ik genoot met volle teugen.

Toen wij weg gingen heb ik gehuild, gehuild en gehuild. Het hield maar niet op. De hele rit naar het vliegveld moest ik huilen en op het vliegveld huilde ik verder. Oh wat vond ik het moeilijk om te gaan! Niet omdat ik daar wilde blijven wonen maar omdat het zo heerlijk thuis was.

Later beschreef ik hoe het was om terug te gaan naar Ethiopië. Ik vergeleek het met het instappen in  een lekkere soepel ingelopen schoen. Je loopt er zo op weg, het past precies. Geen blaren, geen wrijving, het zit gewoon goed. Hoewel Nederland mij ondertussen ook past, voelt het nog niet zo vertrouwd.

Ik moet hier aan denken omdat ik vanmiddag met mijn man een fietstochtje gemaakt heb naar het Veluwemeer. Ik heb zo genoten van de warmte, het kronkelend fietspaadje, de bootjes op het water, het ijsje bij de Ijsboer. Het was heerlijk! En ook vertrouwd. Ik ben nog wel altijd geneigd om het door de ogen van een toerist te bekijken, of door de ogen van een mijn vrienden uit het buitenland, en mij daardoor te realiseren hoe mooi het is. Vertrouwd en mooi en bekend, maar toch niet helemaal thuis.

vrijdag 17 augustus 2012

Geluid en Geuren

Ken je dat, dat een geur of geluid je zo terug kan flitsen naar het verleden?

Het tikken van regen op golfplaten daken bijvoorbeeld. Dat heeft een heel eigen geluid. Volgens mij hadden al onze huizen in Afrika een dak van golfplaten. Soms leidde dat tot zo'n herrie dat je elkaar niet kon verstaan.
De geur van eucalyptus. Toen wij een aantal jaar geleden terug waren in Ethiopië rook ik weer die bekende lucht terwijl ik door het knisperend blad liep. En de lucht van ronkende slecht onderhouden diesel motoren. Als je dat ruikt, dan weet je dat je in een ontwikkelingsland bent. 
Op sommige wegen werden grote tonnen vol met teer gekookt, om het wegdek te repareren. Een scherpe doordringende lucht.  En als je langs het slachthuis reed, waar stapels en stapels botten opgestapeld lagen en waar de gieren omheen zwierde, dan hield je je neus wel dicht. Want die lucht was niet te harden.

Op gezette tijden werd het ziekenhuisafval verbrand, een misselijk makend weeïge geur. Als de wind "goed" waaide dan kwam die lucht zo ons huis in.
Boenwas op onze houten vloer. Onze hulp in de huishouden bond dan lappen vilt aan haar voeten en poetste al schaatsend de vloer mooi op.
Versgebrande koffie. Zo sterk als je het net gekocht had dat je amper de auto in kon stappen. Het was bedwelmend.
En muziek uit de jaren 80. Acute flashback naar puberliefdes, feestjes en zorgeloosheid.
Ik kan er pagina's mee vullen.

Wat zijn de geuren of geluiden die sterke herinneringen bij jou oproepen?

woensdag 15 augustus 2012

Vraag Vijf

Drieculturen heeft gevraagd of ik een vragenlijst voor haar in wil vullen over hoe ik ben opgegroeid. Dat wil ik wel, dus de komende tijd zullen jullie een aantal vragen van haar beantwoord zien op deze plek:
Vandaag vraag vijf:

Vertel iets over je sociaal netwerk. In hoeveel landen heb je vrienden wonen? 

Facebook is een geschenk. Want dankzij Facebook heb ik opnieuw contact gelegd met heel veel vrienden en kennissen uit alle landen waar ik gewoond heb. En die vrienden en bekenden zijn ook weer uitgewaaierd over de wereld, dus het zijn nogal wat landen waar ik kennissen heb wonen! Omdat ik veel op Amerikaanse scholen heb gezeten zitten er behoorlijk wat mensen in Amerika. Maar ik heb voogden gehad uit Kenia, dus daar zit ook een groepje mensen. En op de internationale school in Ethiopië zaten ontzettend veel verschillende nationaliteiten, en dat zie je terug in waar mijn kennissen vandaan komen. (zo uit het blote hoofd: Spanje, Kroatie, Noorwegen, Sweden, Engeland, Kenia, Ethiopie, Ierland, Australie, Canada, Thailand,  Egypte, Tanzania...)
Het intrigeert mij ook hoe anders iedereen is. Ooit hebben wij een gezamenlijk stukje geschiedenis opgebouwd, maar nu is iedereen zijn eigen gang gegaan. Neem bijvoorbeeld mijn "graduating class". De klas waarmee ik mijn diplomering  (High School) heb gehad. Wij hebben allemaal op een christelijke school gezeten, protestants christelijk. Maar als je nu kijkt, dan zijn wij allemaal uitgewaaierd naar allerlei verschillende kerken en sommige gaan juist helemaal niet meer naar een kerk. Een aantal mensen zouden nu amper meer door een deur kunnen omdat hun politieke standpunten zo'n eind uit elkaar liggen. Ik vind dat erg interessant. Op mijn facebookpagina heb ik een ontzettend gevarieerde dwarsdoorsnede van de samenleving met verschillende culturen, nationaliteiten, idealen en levensstijlen.
Terwijl ik dit schrijf realiseer ik mij dat mijn Nederlandse vrienden dit helemaal niet terugzien. Ik heb namelijk twee facebookprofielen. Een in het Engels voor mijn vroegere contacten, en een in het Nederlands voor de contacten van hier en nu. Misschien wel een beetje raar. Maar het voelt voor mij inderdaad aan als twee losse werelden die elkaar amper raken.

Ook nu merk ik dat ik geneigd ben om contact te zoeken met mensen die anders zijn, of ook een internationale "tik" hebben. Zo heb ik hier in Nunspeet een klein groepje engelssprekende ladies om mij heen verzameld. Een Zuid Afrikaan, een Canadese, een Amerikaan, en iemand met een link naar Engeland. Toen ik een aantal maanden geleden er achter kwam dat een collega een poosje in Engeland had gewoond, en zij ook nog een hele poos door Australië had gereisd, toen was er ook gelijk een klik en duurde het niet lang voordat wij heerlijk zaten te kletsen over alles behalve het werk. Dat gemeenschappelijke van de taal of van het reizen geeft toch een andere band dan het contact met mijn Nederlandse vrienden die dat niet hebben meegemaakt. Anders, niet beter of slechter!

Eigenlijk leef ik dus, ook sociaal gezien, met mijn benen in twee werelden. Enerzijds de wereld van vroeger, van reizen, van internationale contacten, van engels spreken en lezen, van andere culturen en gewoontes. Anderszijds de wereld van hier en nu, van man en kinderen, van baan en verplichtingen en verantwoordelijkheden.
Ik denk dat het een levenslange klus is om die twee werelden bijeen te brengen, zodat er niet een gevoel van gemis is als een van de twee ontbreekt.


dinsdag 14 augustus 2012

Schommel

In een grote brede vertakte boom  hingen twee schommels. Iemand was held genoeg geweest om naar boven te klauteren en een stevig touw om de takken heen te wikkelen. Aan het eind van het touw bungelde een stok, in het midden vastgezet met een stevige knoop. De stok was groot genoeg om op te zitten, en klein genoeg om je handen omheen te klemmen.
Voor de ene schommel hoefde je je alleen maar langzaam uit de boom te laten vallen om vervolgens met een zwier heen en weer te pendelen. De andere schommel was moeilijker. Om die te pakken te krijgen moest je om de boomstam heen leunen met een hand vasthoudend en met de andere hand de toegeworpen schommel opvangend. Om vervolgens om dezelfde stam heen jezelf af te zetten.
Het duurde even voordat ik dat durfde, die tweede schommel. Zo hoog en toch wat eng.
Maar wat een vrijheid had je vervolgens! Want die schommel hing zo'n twee meter boven de grond. Als je lenig was, dan kon je je ondersteboven laten hangen, met de schommel in je knieholtes. De wind suisde dan langs je oren en de wereld flitste in gedempte groene kleuren aan je voorbij.
Nog herinner ik mij de vrijheid ervan en de spanning die het gaf.

20 jaar later stond ik nog eens bij die boom, die opeens klein was geworden. Een touw hing er nog aan, de tweede weggevallen. Het platform waar wij ons vanaf zetten was weggerot, de houten spijlen die in de boomstam getimmerd waren als een trap naar boven werden alleen nog in herinnering gebracht door de spijkers die nog vastzaten in de boomstam.

zaterdag 11 augustus 2012

Sport en andere activiteiten

In het amerikaanse schoolsysteem is sport vaak geïntegreerd in de structuur van de school. Je speelt in een team namens je school, je scoort voor je school, je speelt tegen andere scholen. In Kenia en Ethiopië werd er onder andere basketbal, voetbal, rugby en tennis gespeeld en ook aan atletiek gedaan.
Zelfs ik heb aan atletiek gedaan. (degene die mij nu pas kennen zie ik al bedenkelijk kijken...). Ik hield van sprinten en van verspringen en was in mijn jongere dagen nog best wel snel ook. Het zegt veel over mijn prestatiedrang als ik vertel dat ik gestopt ben met atletiek toen ik het niet meer voor elkaar kreeg om te winnen...
Naast sport werd ook toneel, de harmonie, en het koor geïntegreerd in het schoolsysteem. Zo heb ik drie jaar klarinet gespeeld tijdens schooltijd. En heb ik in het koor gezongen waarbij wij in ieder geval een keer per jaar ook nog eens op tournee gingen langs allerlei andere scholen om concerten op te voeren. En heb ik toneel gespeeld, o.a. Miep Gies in het Dagboek van Anne Frank. Uiteraard een engels sprekende Miep Gies :-).
Het had wel wat om zo creatief bezig te zijn tijden schooltijd. Ik heb het in ieder geval als groot voordeel gezien. Want ik kon dingen doen die ik misschien niet had gedaan als ik er naast school tijd voor vrij had moeten maken, en ook nog voor had moeten betalen. Zo doe ik nu bijna niets aan creatieve activiteiten en zijn wij selectief in wat onze kinderen kunnen en mogen oppakken.
Ergens in mij schuilt nog een creatieve persoon, die het leuk vind om expressief bezig te zijn. Met die persoon ga ik de komende tijd aan de gang. Ik ben benieuwd wat er van terug te zien zal zijn!

woensdag 8 augustus 2012

Ruimte, ruimte, ruimte

Een van de dingen die ik chronisch mis hier in Nederland is een gevoel van ruimte. Ik ben opgegroeid met heuvels, bergen en valleien om mij heen. Niet dat ik mij daar altijd zo verschrikkelijk bewust van was, dat uitzicht was er gewoon.

Hoewel ik mij wel bewust was van de uitzichten toen ik in Kenia op kostschool zat. Daar kon je op het rand van het voetbalveld zitten en een eindeloos stuk van je afkijken met in de verte een uitgestorven vulkaan. Dat uitzicht is zo geliefd dat er nu zelfs een webcam op gericht staat zodat oudstudenten nog even van het uitzicht kunnen genieten.  (misschien doet de link het hier).

Op een of andere manier ervaar ik een enorme innerlijke rust op het moment dat ik zo'n eind van mij af kan kijken, een ontspanning en ook weer opdoen van energie die ik in Nederland alleen maar een beetje ervaar als ik bij water sta of bij de zee ben.
Reizen vind ik daardoor ook echt geweldig. Nieuwe dingen zien, van mij af kunnen kijken, ruimte voelen en ervaren.
Helaas is dat een keerzijde van het opgroeien in het buitenland en het nu hier wonen. Ik mis de ruimte!!

dinsdag 7 augustus 2012

Vraag Vier

Drieculturen heeft gevraagd of ik een vragenlijst voor haar in wil vullen over hoe ik ben opgegroeid. Dat wil ik wel, dus de komende tijd zullen jullie een aantal vragen van haar beantwoord zien op deze plek:
Vandaag vraag vier:

Hoe heeft het opgroeien in het buitenland de opleiding of de baan die hebt gekozen beïnvloed? 

Er is geen direct verband tussen mijn baan en opleiding en het opgroeien in het buitenland. Tenminste, zo zie ik het niet. Er is wel een verband tussen de kwaliteiten en vaardigheden die ik heb, die ik onder andere heb opgedaan toen ik opgroeide in het buitenland.
Zo ben ik bijvoorbeeld aardig flexibel en pas ik mij redelijk makkelijk aan in nieuwe omstandigheden. Ik heb een brede blik op de wereld en ben niet geneigd om in hokjes te denken. Ook denk ik dat ik een redelijke portie sociale bewogenheid heb meegekregen omdat ik ook armoede en ziekte van dichtbij heb gekend en gezien. 
In mijn baan als coördinator van een vrijwilligerscentrale komen deze vaardigheden goed van pas. Toch heb ik de indruk dat niet alles wat ik van vroeger geleerd heb hier op z'n plek komt. Dat hoeft misschien ook niet. Misschien is het helemaal niet mogelijk om een baan te vinden waar alle vaardigheden op hun plek terecht komen. Misschien is het ook gewoon goed om hobby's erbij te hebben, of andere interesses en projecten waar ik ook mee uit de voeten kan.
In ieder geval is het zo dat ik mij op mijn werkplek aardig thuis voel mede door hoe ik ben opgegroeid. Ik krijg namelijk te maken met jongeren en ouderen, autochtoon en allochtoon, met mensen met een stoornis of beperking, uit allerlei verschillende milieus, in allerlei verschillende omstandigheden. Dat maakt mijn werk interessant, en dat maakt dat ik vaardigheden moet inzetten die ik ook geleerd heb terwijl ik in andere landen woonde.
Er zijn heel veel dingen die invloed hebben gehad op mijn opleiding en baankeuze. Daar is het opgroeien in het buitenland maar een klein deel van geweest.





maandag 6 augustus 2012

Ik kom van....


Ik kom van eindeloze vergezichten, van Bata schoenen en Black Cat kauwgom.
Ik kom van oude houten huizen, grijze golfplaten daken, en de geur van eucalyptus.
Ik kom van paarse bougainville en rode stof. Van heuvels die verdwijnen in de horizon.
Ik kom van valse verjaardagsliedjes en dunglish, van Michener en Mozart.
Ik kom van controle en gastvrijheid en creativiteit.
Ik kom van verbondenheid, liefde en trouw.
Ik kom van een warme geloofsgemeenschap, potlucks en handen in de lucht.
Ik kom van Noorwegen, Oeganda, Ethiopië, Amerika en Kenia.
Ik kom van kaastaart, bierbrood en pork met uienroomsaus.
Ik kom van kerstbomen gemaakt van takken, samen zingen, arty party’s, en de jaren 80.
Ik kom van overal en nergens, hoor overal bij, en toch ook niet.
Ik kom van thuis.


(hiervoor gebruikte ik een gedichtopdracht die heet Where I'm from)

zondag 5 augustus 2012

Boeken


Ik ben nou eenmaal een grote boekenwurm, maar vandaag realiseerde ik me des te meer hoe veel dat ook voortkomt uit hoe ik ben opgegroeid. Ik liep namelijk op de Deventer boekenmarkt met mijn vader, en daar zie je nogal wat boeken!
Rien Poortvliet bijvoorbeeld, met zijn kabouterboek. Volgens mij lag dat boek in elk huis dat wij hadden. Ook nu ligt het weer bij mijn ouders in de kast.
Of de boeken van James Michener. Zijn boek over Zuid Afrika is een van de eerste volwassen boeken die ik heb gelezen. Ik was toen een jaar of negen geloof ik. Een enorm dik boek, met een harde gele kaft. Het duurde een poosje voor dat ik het eerste hoofdstuk voorbij kwam, maar nog steeds lees ik zijn boeken graag.
En lekker huiveren bij het boek over krokodillen. Vooral het hoofdstuk waarin werd beschreven hoe iemand werd opgegeten en in gedeelten weer terug werd gevonden toen de krokodil gedood werd.
Mijn vader is een enorme leesfanaat, dus mijn ouderlijk huis had altijd boekenkasten vol. Nog steeds voelt een huis voor mij pas compleet als er ook een boekenkast in staat.

Hij vertelde vandaag dat hij altijd moeite had met het opnieuw uitzoeken van welke boeken wel of niet mee zouden gaan als ze weer eens verhuisden. Ik heb sinds twee weken een tablet met een e-reader erop. En nu kan ik naar hartelust mijn boeken van vroeger opzoeken, downloaden en mijn hele bibliotheek in handzaam formaat in mijn tas steken als ik het zou willen. Vroeger was dat wel wat anders!

zaterdag 4 augustus 2012

Dunglish


Tweede blog van zus Lise! 

Naar aanleiding van een gesprek met een vriendin ben ik aan het denken geslagen over taal. Ik ben engelstalig door mijn ouders opgevoed, ben mijn hele schoolperiode naar engelstalig onderwijs geweest. Mijn ouders spraken thuis wel het nodige nederlands, dus het begrijpen van de nederlandse taal is nooit het probleem geweest. Het spreken wel. Engels is mijn moedertaal, emotietaal en Nederlands is de taal van nederland, de land waar ik nu woon.
Moet je voorstellen dat je als 17 jarig meisje naar NL verhuisd… in een dorp (ons kent ons, je weet wel als iets afwijkt van wat bekend is…. Afstand houden!) Maar goed. Als ik het zou willen maken in Nederland moest ik toch op de een of ander manier de taal onder de knie krijgen. Dus schreef ik mij in voor nederlandse les in de grote stad  Utrecht. Mijn medestudenten waren allemaal asielzoekers en buitenlanders, en daar zat ik dan tussen met mijn blonde haren. Where do you come from?  En dan antwoorde ik "from Holland"… Nou, de blikken zeiden genoeg. Dat is gek,  iemand die zijn ‘’eigen’’ taal moet leren.  Volgens mij met moeite toendertijd niveau 4 gehaald, geprobeerd om alle uitzonderingen van de regels te onthouden, maar daar is geen beginnen aan! Klaar er mee dacht ik, ik ga de werkvloer op, daar kan ik dan goed nederlands leren!
To cut the story short… ik heb nog steeds Nederlands niet onder de knie. Als ik iets vertel waar emotie bij komt kijken, worden zomaar engelse woorden in mijn zinnen geintegreerd. Is het zo erg om Dunglish te spreken? Ik denk vaak bij mijzelf dat ik qua woordenschat heb ik the best of two worlds. In het engels bestaat het word gezellig en melig niet… veel gezocht in allerlei wordenboeken maar nooit een treffend woord gevonden die de lading dekt.
Kan ik niet beter een taal kiezen, want het komt tenslotte ook niet erg professioneel over om zo van het ene word naar het andere te switchen. Ik heb geaccepteerd dat ik praktiserend  bilingual ben en spreekt dus engels en nederlands door elkaaar. Ook bij mijn cliënten… if geloof niet dat het als storend over komt, ik denk juist dat de emphasis van wat ik wil zeggen duidelijker maakt! 
Maar goed, taal blijft een strijd, mijn brieven gaan niet de deur uit voordat ze zijn dubbel gecheckt door iemand, telefoongesprekken met vreemden vermijd ik en voor de rest probeer ik gewoon the best of two languages te spreken. 

Wie herkent dit nog meer?

zaterdag 28 juli 2012

Field trip

Voor zijn werk ging mijn vader regelmatig op een field trip, langs lepraprojecten.  Een keer zijn mijn zus en ik met hem meegegaan. Achterin een stoffige jeep, naar een klein dorpje, met wat drinken en een lunchpakketje.
Twee dingen weet ik mij nog te herinneren:
Op een gegeven moment was het lunchtijd, en onze boterhammetjes waren op. Of misschien hadden wij wel geen boterhammen mee, want injera werd toch overal gebakken en dat vonden wij heerlijk. In ieder geval bevonden wij ons op een gegeven moment in een donker hutje met voor ons een grote schaal met injera. Bij de injera geen pittige sauzen, of groente. Nee, op de injera lag een grote hoop rauw vlees. Mijn vader heeft daar nooit moeite mee gehad, die eet dat rauwe vlees rustig op. Wij niet... Met handen en voeten werd duidelijk gemaakt dat wij toch echt liever gebakken vlees wilden. Onbegrijpelijk voor degene die dat klaar moest maken. Uiteindelijk werd de boodschap duidelijk en werd het vlees teruggenomen. 2 minuten later werd het ons aangeboden. Heel licht grijs, nog roze in  het midden, maar meer gebakken dan dat kregen wij niet voor elkaar. De injera was wel verrukkelijk, vers gebakken boven een klein rokerig vuurtje.
Op die dag kwamen wij ook langs een markt met grote stapels suikerriet. Wij kenden het wel, maar hadden het nooit veel gekocht. Nu dus wel. Lange stukken werden in stukken gehakt en achterin de jeep gelegd.
Daar zaten wij dan, achterin de jeep, al hobbelend en bobbelend. Met ieder van ons een halve meter suikerriet in de handen. Geen mes te bekennen, alleen maar handen en tanden. En sterk dat dat suikerriet is! Je moet er echt met  grof geweld aan trekken met je tanden, om bij de vlezige, dradige binnenkant te komen die je vervolgens tot pulp maalt in je mond om het heerlijke zoete sap te kunnen doorslikken en dan een vieze kleffe prop uit te spugen.
Kilometers hebben wij afgelegd, al trekkend, scheurend en kauwend. Dagen daarna had ik nog pijn in de wortels van mijn tanden. Mijn moeder foeterde nog op ons, dat het echt onverantwoord was om zonder mes dat suikerriet aan te vallen. Maar niets kon ons er van weerhouden om die heerlijke zoetigheid in ons op te nemen. Snoep was namelijk een zeldzaamheid in Ethiopie, en dit was een verrukkelijke manier om een gezonde dosis suiker binnen te krijgen.

maandag 23 juli 2012

Kikoi

De zon schijnt! Deze zomer is dat een beetje een zeldzaamheid hier in Nederland.
Voor mij betekent het dat ik het liefst in zomertenue tevoorschijn kom. Een t-shirt, kikoi, slippers als het moet, maar het liefst blote voeten.

Als ik zo door de straten kon lopen dan deed ik dat, maar om man en kinderen te sparen doe ik het niet en houd ik mij keurig binnen de grenzen van onze achtertuin. Zo'n doek, lekker makkelijk om je heen geknoopt, dat zit toch heerlijk?  Waarom zou een mens meer aandoen met dit weer?
En als je er eentje extra meeneemt dan heb je gelijk een handdoek, tafelkleed, picknickkleed, sjaal en laken meegenomen. Het ultieme gemak van een stuk stof.

Ik herinner mij reisjes in Kenia waarin de kikoi niet gemist kon worden, en inderdaad dienst deed als alles wat hier boven werd genoemd. Ik herinner mij ook een kikoi die ik kreeg van een vriendje. Op het strand in Mombasa gekocht, met de hand alle rafelige randjes gedraaid en geknoopt, en meerder malen gewassen in de zee om het lekker zacht te maken voor mij.
In Nederland heb ik die kikoi een keer per ongeluk in de trein laten liggen.... ik heb weken lang verdriet erom gehad, er kleefden zoveel herinneringen aan!

zondag 22 juli 2012

Bierbrood

Gewoon brood was een zeldzaamheid in Ethiopie. Er was een bakker, in mijn herinnering. Als je op tijd was, dan kon je lekker zachte witte bolletjes kopen, nog warm van de oven. Die binnen een uur zo hard als steen werden, waar je je tanden op brak zo ongeveer, en die naar karton smaakte.
Mijn moeder bakte dus regelmatig zelf brood. Dat waren dan wel bolletjes die lekker zacht waren en bleven. En soms bakte ze bierbrood. Vooral op zondagochtend, of op een verjaardag.
Vandaag hebben mijn man en ik gebruncht in de tuin, en toen heb ik het ook gemaakt.

Bierbrood

3 kopjes zelfrijzend bakmeel
1/2 kopje suiker
kaneel/kardemom/speculaaskruiden oid
rozijnen/noten/zaden naar eigen inzicht
1 flesje bier
paar eetlepels gesmolten boter

Meng alle droge ingredienten door elkaar  (meel/suiker/kruiden/rozijnen/noten)

Schenk het flesje bier over de droge ingredienten heen en meng dit luchtig en snel door elkaar. Het hoeft geen samenhangend deeg te worden, al het droge moet een beetje vochtig zijn.

Gooi het deeg in een bakblik. Ik gebruik vaak zo'n lage vierkante bakblik, maar een gewoon broodvorm kan ook. Giet vervolgens de gesmolten boter over het deeg heen. 

In de oven plaatsen en een half uurtje later heb je lekker kruidig versgebakken brood.

Vanochtend smaakte het heerlijk!!

vrijdag 20 juli 2012

Gastblog van Drieculturen

Toen ik begon met deze blog, ben ik gaan surfen op het internet. Vrij snel kwam ik Janneke van Drieculturen tegen. Inmiddels hebben wij regelmatig heen en weer gemaild en heb ik haar ook gevraagd om iets te schrijven voor deze blog. Hieronder is haar bijdrage.
Bedankt Janneke! 

Bedankt voor de uitnodiging om een gastblog te schrijven. Ik wil graag met dit stukje beginnen, het gaat over mijn begin tijd in Nederland jaren geleden. Mocht je meer willen lezen kijk dan op mijn blog http://drieculturen.blogspot.com/. Je kunt mij ook op twitter volgen: @DrieCulturen https://twitter.com/DrieCulturen @DrieCulturen "over kinderen die in andere culturen opgroeien"
Waar kom ik vandaan?
Daar loop ik dan tussen al die jongeren. Ik loop mee door de onbekende straten en door de onbekende stad. Ik zie allemaal onbekende gezichten. Om mij heen lijken de andere allemaal bekende tegen te komen, maar ik ken niemand, en niemand kent mij.

Ik lijk op de jongeren om mij heen, wij hebben voor een groot deel dezelfde huiskleur, wij nemen deel aan dezelfde ELCID introductie week van de Leidse universiteit, wij zijn ongeveer even oud, en toch zijn er heel veel verschillen.

Ik ben geboren in Zambia. Mijn lagere school was een internationale school in Blantyre, Malawi. De middelbare school ben ik in Lilongwe, Malawi begonnen en heb ik in Bulawayo, Zimbabwe afgemaakt. Recent heb ik afscheid genomen van vrienden, familie en het bekende in Zimbabwe om te gaan studeren en een nieuw leven op te bouwen in het geboorte land van mijn ouders. Mijn ouders wonen nog in Bulawayo, maar ik ben de oudste van het gezin en ik moet als eerste het nest uit vliegen.

Alles is zo nieuw en onbekend. Ik heb blond haar en blauwe ogen en spreek Nederlands. Toch kom ik er achter dat ik mijzelf meer “African” voel dan Nederlander. Ik heb ook immers mijn hele leven in Afrika gewoond. Ja, om de paar jaar kwamen wij “even” op verlof naar Nederland, maar ken ik Nederland?

Alles kost mij energie. Ik moet voortdurend mijn ogen goed open houden en om mij heen kijken hoe mensen dingen doen. Hoe koop ik een treinkaartje? Hoe werkt de OV chipkaart? Hoe moet ik de groente wegen in de supermarkt? Wat zijn de mensen achter de kassa onvriendelijk. Ik voel mij net een nummer.

Wat is er ook een keus. In Zimbabwe hadden wij maar één of twee merken chips en daar waren een paar verschillende smaken. Hier is de keus overweldigend. Soms koop ik geen chips, gewoon omdat de keus zo groot is. Kleren kopen doe ik al helemaal niet. Mijn kleren hebben toch geen gaten en voldoen toch prima? Ja dat het niet de nieuwste mode is dat weet ik ook wel. Wat moet ik met die mode, is het niet allemaal wat overdreven? Op school was ik een schooluniform gewend, dat was wel makkelijk.

gezien in Frans Hals museum, Haarlem
Ik voel mij zoveel ouder dan mijn medestudenten. In leeftijd zijn wij even oud maar naar mijn gevoel heb ik armoede en rijkdom al gezien, honger en ellende, ziekte en dood. Door het reizen heb ik meer levenservaring maar soms voelt het als een ballast.

Dan de steeds terugkerende vraag van medestudenten: “waar kom je vandaan?” Ik ben geboren in Afrika maar ik ben Nederlander en ik heb hier nooit echt gewoond. Ja waar kom ik vandaan?

Lees ook over Mijn ontdekking dat ik een third culture kid ben.

Ken jij een verborgen immigrant?
http://drieculturen.blogspot.com/2012/01/een-verborgen-immigrant.html

5 Tips voor jongeren die vanuit het buitenland in hun "thuisland" gaan studeren:
http://drieculturen.blogspot.com/2011/07/5-tips-voor-jongeren-die-vanuit-het.html