Pagina's


Posts tonen met het label verhuizen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verhuizen. Alle posts tonen

maandag 10 juni 2013

Familieband

Volgens mijn dochter is een van mijn nichtjes wel eens jaloers op onze familieband. En dan bedoel ik de band die ik heb met mijn broer en zussen. 

Wij zijn hecht, dat klopt inderdaad. Dwars door alle werelddelen heen. Vaak ook zonder regelmatig contact, want de een is beter in bellen, en de ander die schrijft liever. Maar die band die blijft.
Dat krijg je als je zo op elkaars lip opgroeit. En als je familie het enige is wat steeds hetzelfde blijft als je verhuist.
Toen ik hier in Nederland eens een weekend meedraaide voor Missionary Kids, viel mij die familieband ook op. Broers en zussen die om elkaars nek hingen, of bij elkaar op schoot kropen. Ondanks de leeftijdsverschil elkaar toch even opzoeken. Minder concurrentie, meer contact.
Veel meer dan "gewone" Nederlandse kinderen heb je als Third Culture Kid de binding van je gedeelde geschiedenis. Vaak is het alleen nog maar een broer of zus die weet waar je het over hebt als je praat over vroeger. En als je een beetje afgelegen opgroeide, dan waren het je brussen die je speelkameraadjes waren.
Bovendien werden wij door omstandigheden vaak in vrijheid beperkt. Ik kon er niet zomaar op uit, ik was afhankelijk van mijn ouders om mij te brengen en te halen. Ik had geen bijbaantje, of een sport waar ik zelfstandig naar toe ging. Mijn familie was mijn uitvalsbasis.


Nu geniet ik er van dat mijn kids hun neefjes en nichtjes leren kennen. Dat zij wel een gedeelde geschiedenis opbouwen, met een contact die ik niet heb meegemaakt toen ik jong was. En ik vind het jammer dat mijn ene zus niet in Nederland woont en dat ik tante op afstand moet zijn. Hoewel.... ik kan het mij ook niet anders voorstellen bij haar!


donderdag 1 november 2012

Gesprek met mijn broer

Een paar dagen geleden gaf mijn broer de suggestie om een digitaal gesprek te voeren, en deze als blog te posten. Hier is het resultaat tot nu toe! 
Marit: Als je terugkijkt op jouw jeugd, welke beelden komen dan in je op?
Renzo: Een paar beelden komen naar boven:
Vrijheid: We hebben altijd gewoond op plekken met behoorlijk veel ruimte, de vrijheid om buiten te spelen, boomhutten te bouwen en zorgeloos mijn fantasie zijn gang te laten gaan. Pas in Nederland ging mijn wereld dicht en in mijn beleving is dat de eerste keer dat ik ervoer hoe het was om opgesloten te zijn.
Internationaal:  Het ongelofelijke mix van landen en culturen in mijn klas. Mijn beste vriend kwam uit India bijvoorbeeld en andere klasgenoten van Finland tot Tanzania. Een rijke jeugdervaring die ik telkens weer heb opgezocht in mijn latere leven, bijvoorbeeld op de Kibboets in Israël en zelfs op mijn laatste werkplek in Nederland in het Asielzoekerscentrum. 
Gastvrijheid: Ik weet nog dat er altijd mensen bij ons thuiskwamen van allerij soorten, piloten tot medici. Ons huis was een ontmoetingsplaats en een 'thuis weg van huis' voor vele mensen.

Renzo: Wat zijn de beelden die bij jou opkomen?

Marit: Leuk dat je dat schrijft over gastvrijheid! Dat herken ik heel erg, en dat gecombineerd met het internationale zie ik het liefst ook in mijn leven terugkomen. Hier in Nunspeet valt dat nog niet altijd mee, en ik merk dat taal een behoorlijke barrière kan zijn. In alle landen waar wij woonden spraken alle internationale mensen "gewoon" engels. Hier is dat lang niet altijd het geval! Dus dan zijn er misschien wel mensen uit andere landen waar ik contact mee zou kunnen leggen, maar dan is er toch geen gezamenlijkheid.
Ik denk vooral aan ruimte als ik aan vroeger denk. Van mij af kunnen kijken. In RVA over de Rift Valley heen, in Alert woonden wij op een heuvel, in Amerika in Carville hadden wij het hele terrein tot onze beschikking. Dat wat jij vrijheid noemt, dat noem ik dan ruimte. Dat mis ik nog regelmatig.

Marit: Wat vond jij het minst leuk eigenlijk? 
Renzo: Dat is een goeie vraag, want wij hebben het hier over de periode voor Nederland. Apart… het is moeilijk om ergens op te komen, ik weet dat er minder leuke dingen waren maar mijn gedachten gaan steeds terug naar Nederland. Een momentje…
Het eerste wat dan op komt is het steeds afscheid nemen, zeker van mijn vrienden, de laatste keer was het moeilijkst omdat ik net niet het einde van mijn schooljaar kon afmaken en niet mee kon gaan met het laatste schoolreisje. Achteraf kreeg ik brieven met foto's (o.a. het diploma uitreiking van mijn klasgenoten) gestuurd hoe leuk ze het hadden gehad.

Renzo: Ben ook benieuwd naar jou minst leuke momenten maar ook hoe jou afscheid was geweest.
Marit: Weet je dat ik dat niet wist, van jouw (niet) afscheid? Moeilijk vind ik dat om te lezen, want ik had je zo gegund dat je wel goed afscheid had kunnen nemen, zeker omdat ik weet hoe belangrijk het is. Mijn moeilijke afscheid was voor dat wij naar Amerika verhuisde, toen heb ik ook huilend in de auto gezeten. Maar mijn afscheid voordat ik naar Nederland kwam was goed. Iedereen ging weg, ik ook, ik stond er achter en had een re-entry course gehad en was er dus helemaal klaar voor :-). Tjonge, wat moet jij het moeilijk hebben gehad met het "inburgeren" in Nederland, nadat je niet goed afscheid had kunnen nemen. Misschien was het net zo moeilijk geweest als je wel afscheid had kunnen nemen, maar toch!
Nu is er zo veel bekend over verhuizen, en het belang van afscheid, en culture shock en zo. Ik denk dat onze ouders hun best gedaan hebben met wat zij wisten op dat moment, maar dat ouders van nu veel meer middelen en mogelijkheden hebben om goed rekening te houden met behoeftes van hun kinderen.

Marit: Wat zou als opvoedingsadvies geven, aan Joy bijvoorbeeld die nu vanuit haar TCK achtergrond een nieuw TCKtje aan het opvoeden is?
Renzo: Mee eens, onze ouders deden wat zij het beste dachten met het weinige informatie die toen beschikbaar was voor TCK's. Dat is hun allang vergeven.  Opvoeding advies, ha! Omdat ik geen kinderen heb en ook niet wil is het lastig om hier een antwoord op te geven. Denk dat andere ouders van TCK's een betere inzicht kunnen geven. Maar als ik toch iets moet zeggen is wees alert op je kinderen en luister vooral naar wat ze te zeggen hebben. Ik durf geen verdere advies te geven! En na het lezen van Joy's blog en haar kennende is het duidelijk dat zij (en haar man) al veel inzichten hebben, aangezien beiden ook TCK's zijn geweest.

dinsdag 30 oktober 2012

Mijn zus



Mijn lieve reizende ondernemende internationale zus geeft een blik in haar leven! 

"Ik ben van nature niet echt een ‘blogger’ maar ik weet dat mijn zus Marit erg geniet van ‘details, details en nog meer details’. Ik weet dat ze een blog van mij erg zal waarderen.  Het feit dat het in Nederlands moet vindt ik al erg onnatuurlijk! Ik hoor in mijn eigen hoofd mijn accent steeds erger worden met de jaren. Ik woon al sinds 2004 min of meer in het buitenland, en ik ben inmiddels met een Australiër getrouwd. Ik spreek nu veel minder Nederlands, en merk dat het mij steeds moeilijker vergaat. Zelfs met mijn eigen familie hoef ik geen Nederlands te spreken, het gaat ons nou eenmaal makkelijker af in het Engels. En toch spreek ik alleen maar Nederlands met mijn dochtertje. Het klinkt nou eenmaal leuker en liever. En als ik het eerlijk toegeef wil ik haar toch mee geven dat ze ook Nederlandse is. Ik denk dat zij ook met een accent zal spreken, vooral omdat mijn man nu ook in het ‘Nederlands’ begint te praten tegen haar. 

Inmiddels is Nadia, onze dochter, 14 maanden oud en heeft ze de hele wereld al afgereisd. En gelukkig reist ze goed. Ze is gemaakt in Ethiopië, geboren in Tasmanië,(Australië) en ze woont al sinds ze 7 maanden oud is in Liberia, West-Afrika. Ze is al in Nederland, Engeland, en Marokko op vakantie geweest. Haar leven zal vrijwel zeker blootgesteld worden aan veel meer landen en culturen. Mijn man en ik zijn beiden in het ‘buitenland’ opgegroeid. Ik in Ethiopië en Amerika, mijn man in Peru, Indonesië, Panama, Pakistan en Nicaragua . We waren beiden 11 jaar toen we naar onze land van ‘herkomst’ verhuisden. Ik kan niet echt zeggen dat we thuis kwamen want zo voelde dat niet. Ik sprak niet eens fatsoenlijk Nederlands, en hij sprak met een Amerikaans accent wat in Australië niet echt acceptabel was (of is). Nu is hij ook nog met een vrouw getrouwd die een Amerikaanse accent heeft (volgens de niet Amerikanen dan, Amerikanen zullen nooit zeggen dat ik een Amerikaans accent heb). 

Eigenlijk heb ik al een paar kern ervaringen laten vallen die mijn leven erg beïnvloeden. Ik ben in Nederland geen Nederlander want ik spreek met een accent. In het buitenland kunnen ze mijn accent ook niet plaatsen, dus waar kom ik nou eigenlijk vandaan? Om het nog mooier te maken, kon ik in mijn eigen geboorte land (Ethiopie), wat als thuis voor mij voelt, niet een verblijfsvergunning krijgen, en nu ik met een Australiër ben getrouwd en een Australisch kindje ter wereld heb gebracht betekent dat ook niet dat ik een Australisch verblijfsvergunning snel zal krijgen! Het is de ‘story of my life!’ Het is niet altijd makkelijk geweest en dat is het nog steeds soms niet, maar dat is het leven.  

Toch kiezen mijn man en ik er bewust voor om onze kinderen aan hetzelfde bloot te stellen.  De reden… Mijn ervaringen als kind hebben mij gevormd tot wie ik nu ben en de beslissingen beïnvloed die ik heb gemaakt om te zijn  waar ik nu ben. Ik herinner mij als kind de armoede en de onrecht en dat kon ik niet vergeten of zo makkelijk van mij afzetten. Ik moest en zou er wat aan gaan doen! Natuurlijk ben ik niet meer zo idealistisch en zie en begrijp ik de realiteit veel beter. Maar dat neemt niet weg dat ik nog steeds mijn bijdrage wil leveren op mijn kleine manier. Mijn man en ik hadden dit al vrij snel door toen we vrienden waren, dat we dit gevoel deelden. Het opgroeien in het buitenland heeft mij toleranter gemaakt, begripvoller en opener. Dat zijn kwaliteiten die ik graag aan mijn kinderen mee wil geven. Gisteren zaten we bij het strand in een restaurant en Nadia werd opgepakt en gezoend door Ethiopiërs, Liberianen en Chinezen. Dat doet mijn hartje goed. Zoals de mensen van alle nationaliteiten haar omarmen nu, wil ik dat zij hun bewust omarmt in de toekomst. Als wereld burger. 

De wereld  wordt tegenwoordig ook steeds maar kleiner, de grenzen vervagen, zij zal er op haar manier mee om moeten leren gaan. De manier waarop we ervoor kiezen om continuïteit te bieden is om, waar we ook zijn, de moeite te doen om van ons huis een thuis te maken. We hebben besloten Tasmanië tot onze thuisbasis te maken. Dat houdt in dat ons huis daar staat, en dat we daar vaak naar terug zullen gaan en de contacten met vrienden goed zullen onder houden. Als we besluiten naar Australië of Nederland te verhuizen dan doen we dit op het meest leeftijd vriendelijk moment. Dit zal dan zijn tijdens de overgang tussen de natuurlijke fases van school (basisschool- middelbare school- universiteit etc, daarna zijn ze hopelijk het huis uit). We zorgen ervoor dat de kinderen in ieder geval Nederlands kunnen verstaan en spreken. We proberen ervoor te zorgen veel in onze familie en vrienden te investeren zodat er in ieder geval continuïteit is. In tegendeel tot de positieve ervaringen van Marit kiezen wij er bewust voor onze kinderen nooit op een kostschool te doen. Mijn man heeft op kostschool gezeten en dat was de meest ongelukkige tijd van zijn jeugd. Het meest belangrijk is dat we ons gezin als team behandelen, als een familielid niet gelukkig is met dit leven dan zorgen we ervoor dat we wel met z’n allen gelukkig kunnen worden ergens anders. 

De wereld ligt aan onze voeten!"

woensdag 5 september 2012

Vraag Zeven

Drieculturen heeft gevraagd of ik een vragenlijst voor haar in wil vullen over hoe ik ben opgegroeid. Dat wil ik wel, dus de komende tijd zullen jullie een aantal vragen van haar beantwoord zien op deze plek:
Vandaag vraag zeven:

Heb jij advies voor mensen met kinderen die nu weggaan?

Een poosje geleden las ik ergens een artikel over de invloed van sociale media op de Third Culture Kids van tegenwoordig. (zo heten de kinderen die opgroeien in het buitenland).

Ik kom nog uit de generatie die blauwe luchtpostvelletjes verstuurde en brieven schreef aan mijn ouders. Ik had niet of nauwelijks contact met andere familieleden zoals opa's, oma's, en tantes en ooms. Laat staan dat ik contact had met andere kennissen uit Nederland. Na elke verhuizing bleef er misschien een vriendschap over waarmee ik dan brieven wisselde, maar dat was vaker niet dan wel.
Het is nu dus heel anders om weg te gaan met kinderen. Internet en sociale media geven een platform voor alles wat nog "thuis" is. Via facebook kun je op de hoogte blijven van hoe het met familie en vrienden gaat. Je kunt skypen en daadwerkelijk zien waar iemand woont. Afstand wordt steeds betrekkelijker en hoeft niet zo definitief aan te voelen. Er is echt veel veranderd, ten goede denk ik ook.
Het is dus maar de vraag of ik advies kan geven aan mensen die nu weg gaan omdat de omstandigheden zo anders zijn geworden.

Maar er blijven waarschijnlijk wel een aantal dingen overeind.

Het aller aller belangrijkst is om je bewust te zijn van wat er gebeurt in het leven van je kinderen. Tijd en ruimte geven om goed afscheid te nemen. Tijd en ruimte geven om te acclimatiseren in een nieuw land. Zorgen dat je zelf een veilige basis bent en blijft voor je kinderen dwars door de veranderingen heen. Niet over gevoel heen walsen, maar ruimte geven voor de beleving van je kinderen en ze betrekken (voor zover dat kan) bij de keuzes die je maakt.
Ons kerngezin was heel hecht, en dat was heel fijn voor ons. Mijn man had er vroeger wel eens moeite mee, en misschien soms nog steeds, want wij vormden een front met een eigen mening. Ik geniet nog altijd van het hechte contact met mijn familie. Niet dat wij de deur plat lopen bij elkaar, want dat is echt niet het geval. Sterker nog, ik heb een zus in Liberia wonen en een broer die binnenkort naar Curacao verhuisd. Maar onze familieband blijft sterk. En het zou zelf zo kunnen zijn dat ik mijn broer binnenkort vaker op skype zie en spreek dan dat ik hem zag en sprak toen hij hier nog geen uur vandaan woonde.

Waar je ook woont, goede relaties met mensen vormen een hele belangrijke basis voor het thuis voelen. Investeren in relaties loont altijd de moeite, ook al is het afscheid nemen soms zwaar. 



vrijdag 20 juli 2012

Gastblog van Drieculturen

Toen ik begon met deze blog, ben ik gaan surfen op het internet. Vrij snel kwam ik Janneke van Drieculturen tegen. Inmiddels hebben wij regelmatig heen en weer gemaild en heb ik haar ook gevraagd om iets te schrijven voor deze blog. Hieronder is haar bijdrage.
Bedankt Janneke! 

Bedankt voor de uitnodiging om een gastblog te schrijven. Ik wil graag met dit stukje beginnen, het gaat over mijn begin tijd in Nederland jaren geleden. Mocht je meer willen lezen kijk dan op mijn blog http://drieculturen.blogspot.com/. Je kunt mij ook op twitter volgen: @DrieCulturen https://twitter.com/DrieCulturen @DrieCulturen "over kinderen die in andere culturen opgroeien"
Waar kom ik vandaan?
Daar loop ik dan tussen al die jongeren. Ik loop mee door de onbekende straten en door de onbekende stad. Ik zie allemaal onbekende gezichten. Om mij heen lijken de andere allemaal bekende tegen te komen, maar ik ken niemand, en niemand kent mij.

Ik lijk op de jongeren om mij heen, wij hebben voor een groot deel dezelfde huiskleur, wij nemen deel aan dezelfde ELCID introductie week van de Leidse universiteit, wij zijn ongeveer even oud, en toch zijn er heel veel verschillen.

Ik ben geboren in Zambia. Mijn lagere school was een internationale school in Blantyre, Malawi. De middelbare school ben ik in Lilongwe, Malawi begonnen en heb ik in Bulawayo, Zimbabwe afgemaakt. Recent heb ik afscheid genomen van vrienden, familie en het bekende in Zimbabwe om te gaan studeren en een nieuw leven op te bouwen in het geboorte land van mijn ouders. Mijn ouders wonen nog in Bulawayo, maar ik ben de oudste van het gezin en ik moet als eerste het nest uit vliegen.

Alles is zo nieuw en onbekend. Ik heb blond haar en blauwe ogen en spreek Nederlands. Toch kom ik er achter dat ik mijzelf meer “African” voel dan Nederlander. Ik heb ook immers mijn hele leven in Afrika gewoond. Ja, om de paar jaar kwamen wij “even” op verlof naar Nederland, maar ken ik Nederland?

Alles kost mij energie. Ik moet voortdurend mijn ogen goed open houden en om mij heen kijken hoe mensen dingen doen. Hoe koop ik een treinkaartje? Hoe werkt de OV chipkaart? Hoe moet ik de groente wegen in de supermarkt? Wat zijn de mensen achter de kassa onvriendelijk. Ik voel mij net een nummer.

Wat is er ook een keus. In Zimbabwe hadden wij maar één of twee merken chips en daar waren een paar verschillende smaken. Hier is de keus overweldigend. Soms koop ik geen chips, gewoon omdat de keus zo groot is. Kleren kopen doe ik al helemaal niet. Mijn kleren hebben toch geen gaten en voldoen toch prima? Ja dat het niet de nieuwste mode is dat weet ik ook wel. Wat moet ik met die mode, is het niet allemaal wat overdreven? Op school was ik een schooluniform gewend, dat was wel makkelijk.

gezien in Frans Hals museum, Haarlem
Ik voel mij zoveel ouder dan mijn medestudenten. In leeftijd zijn wij even oud maar naar mijn gevoel heb ik armoede en rijkdom al gezien, honger en ellende, ziekte en dood. Door het reizen heb ik meer levenservaring maar soms voelt het als een ballast.

Dan de steeds terugkerende vraag van medestudenten: “waar kom je vandaan?” Ik ben geboren in Afrika maar ik ben Nederlander en ik heb hier nooit echt gewoond. Ja waar kom ik vandaan?

Lees ook over Mijn ontdekking dat ik een third culture kid ben.

Ken jij een verborgen immigrant?
http://drieculturen.blogspot.com/2012/01/een-verborgen-immigrant.html

5 Tips voor jongeren die vanuit het buitenland in hun "thuisland" gaan studeren:
http://drieculturen.blogspot.com/2011/07/5-tips-voor-jongeren-die-vanuit-het.html

woensdag 18 juli 2012

Vraag Drie

Drieculturen heeft gevraagd of ik een vragenlijst voor haar in wil vullen over hoe ik ben opgegroeid. Dat wil ik wel, dus de komende tijd zullen jullie een aantal vragen van haar beantwoord zien op deze plek:
Vandaag vraag drie: 

Wat vond ik het moeilijkst aan het opgroeien in het buitenland?

Pffff, weer een vraag die eigenlijk niet makkelijk te beantwoorden is!
Terugkijkend kan ik wel de nodige nadelen zien aan het opgroeien in het buitenland. In de grootsheid van de landen waar wij opgroeide was er eigenlijk weinig ruimte. Weinig ruimte voor persoonlijke groei, voor puberteit. In ieder geval in mijn beleving.
Zo waren wij als kinderen afhankelijk van mijn ouders voor vervoer van en naar feestjes bijvoorbeeld.  Ik heb geen bijbaantje gehad. Als ik wilde rebelleren kon ik naar de buren lopen, maar veel verder was gewoon domweg niet veilig. Een keer was ik tegendraads en ging ik heel gewaagd buiten het hek van het terrein lopen. Vervolgens werden mijn vriendin en ik belaagd door Ethiopische jongens. Ik vond het nog een soort van spannend, maar mijn vriendin is zich wezenloos geschrokken.
Op kostschool was ons bewegingsruimte ook beperkt tot het terrein waar wij op woonde en de regels die daar gelden. Braaf meisje die ik was, hield ik mij er relatief keurig aan. Ik vond het niet nodig om heel dwars te liggen en allerlei fratsen uit te halen. Er waren activiteiten genoeg om aan deel te nemen, en ik was een mooie meid en kreeg dus positieve aandacht genoeg. Ik heb mij goed gevoegd naar mijn omstandigheden.
Maar dat betekende vervolgens wel dat ik mijn eigen grenzen nog moest gaan ontdekken toen ik terugkwam naar Nederland. En dat ik een soort van verlate puberteit had. Iets waar ik soms nog steeds last van heb! Ik moest beter leren denken voor mezelf, in plaats van mij steeds te voegen naar de omgeving waar ik was.
Het moeilijke ligt dus niet zozeer in hoe het toen was, maar de consequenties die het had toen ik naar Nederland kwam. 





maandag 9 juli 2012

Inpakken en wegwezen

Vele vele verhuizingen heeft mijn moeder gepland en geregeld in mijn leven. Onlangs heb ik uitgevogeld dat ik in de eerste 18 jaar van mijn leven in 6 landen en 9 huizen gewoond heb. En dan tel ik niet mee dat ik op kostschool ook in 3 verschillende "dorms" heb gewoond.  
Elke verhuizing heeft mijn moeder de moeite genomen om tekeningen en schriften van ons in te pakken en mee te verhuizen. Dat vind ik toch zo bijzonder! Die doos heb ik nog steeds. Een keer in de zoveel tijd snuffel ik er weer eens door en neem een duikje in het verleden.
Ook deze beer is steeds meeverhuisd. Die kreeg ik toen ik 1 of 2 werd (dat weet mijn oom wel te vertellen in de comments ;-)). De beer is eindeloos geknuffeld en zelfstandig door mij opgelapt met gebruik van oude badstof ondergoed en naald en draad.
Mijn ervaring is dat het goed is om iets eigens mee te nemen als je verhuist. Er veranderd al zo veel. Niet alleen je huis, maar in mijn geval ook vaak een land, een cultuur, en een taal. Al het vertrouwde wat je mee kunt nemen is dan fijn. Zo hebben ook jarenlang dezelfde gordijnen bij mijn ouders gehangen, en dezelfde dekens op het bed. Jarenlang kwam dezelfde doos met oude kerstversieringen tevoorschijn, met de prulletjes die wij ooit gemaakt hadden. Dat geeft een gevoel van geschiedenis, van verhalen van vroeger. En op een of andere manier is dat goed, te midden van alle andere onrust om je heen.

zondag 8 juli 2012

Familiebanden

deze steen kwam uit de tuin van Opa en Oma

Eergisteren ben ik even op bezoek geweest bij het graf van mijn opa en oma aan mijn vaderskant. Zij zijn de enige opa en oma die ik bewust heb meegemaakt, en die ook mijn kinderen hebben meegemaakt.
Toen ik klein was, zagen wij ze een keer per jaar, of een keer in de twee jaar of zo. Als ik het goed onthouden heb, zijn zij een keer op bezoek geweest in Oeganda, een keer in Ethiopië, en een keer in Amerika. Die laatste keer herinner ik mij wel, de andere niet.
Opa en Oma waren dus in zekere zin vreemden voor mij.

Toen wij terugkwamen naar Nederland konden wij ook gelijk instromen in de familiedagen van de familie. En ook iets vaker op bezoek gaan. Dus leerde ik de familie een beetje beter kennen. Want ooms en tantes en neven en nichten op afstand,... ja, daar heb je nou eenmaal niet zo veel band mee!




Dat is een van de keerzijden van opgroeien in het buitenland, als ik voor mezelf spreek tenminste. Ik had minder een gevoel van ergens bij horen. Eigenlijk voelde ik dat het meest sterk met het overlijden van mijn Opa. Mijn ouders waren onderweg naar Nederland, en ik moest ze op Schiphol vertellen dat ze een paar uur te laat waren om nog afscheid te kunnen nemen. Een dag later was ik erbij toen de kist werd dichtgeschroefd. Op weg naar huis later die dag was ik mij zo bewust van mijn positie in de familie, als oudste kleinkind. Mijn Opa en Oma hebben meegemaakt dat hun hele familielijn compleet was, geen sterfgevallen bij de kinderen, kleinkinderen of achterkleinkinderen. Dat is zo bijzonder!

Ik ben blij dat ik toch nog dat gevoel heb gehad van de lijn van de de generaties ervaren. Ik blijf mij altijd heel sterk verbonden voelen bij mijn eigen ouderlijk gezin, want zo samen op reis zijn schept wel een enorm hechte band. Maar ik vind het bijzonder dat ik dat ook mag voelen dat ik hoor in een groter verband, dat van de Brandsma familie, met al z'n bijzonderheden.

vrijdag 6 juli 2012

Vraag Een

Drieculturen heeft gevraagd of ik een vragenlijst voor haar in wil vullen over hoe ik ben opgegroeid. Dat wil ik wel, dus de komende tijd zullen jullie een aantal vragen van haar beantwoord zien op deze plek:


In welke landen heb je gewoond en hoe oud was je toen? Wat voor soort werk deden je ouders waar voor je in het buitenland moest wonen?

Ik ben geboren in Noorwegen in 1971 uit Nederlandse ouders. Ik heb dus ook gewoon een Nederlands paspoort en de Nederlandse nationaliteit. Na mijn geboorte in Noorwegen zijn mijn ouders terugverhuisd naar Nederland, nota bene heel dicht in de buurt waar ik nu woon. Ik kreeg er een zusje bij in 1973, toen ik anderhalf was. Maar de verhuis en reiskriebels waren bij lange na niet uitgewerkt bij mijn ouders, dus het werd tijd voor de volgende verhuizing, naar Oeganda. Daar heeft mijn vader gewerkt in een lepraziekenhuis, in Kumi. Ik geloof dat daar zijn leprafascinatie is ontstaan, want lepra staat centraal in de rest van onze verhuizingen. Mijn vader is van oorsprong fysiotherapeut, maar inmiddels handtherapeut/wetenschapper/onderzoeker/schrijver/trainer/docent/begeleider/coördinator en weet ik nog wat allemaal meer. Wel veel op gebied van lepra, maar ook nog breder dan dat. 

Mijn broer is in Kumi geboren, in 1975. In de bush bush, met risico op hemofilie, wat hij gelukkig niet bleek te hebben. Ongeveer 3 jaar later verhuisde wij naar Ethiopië, Addis Ababa. Daar heb ik eigenlijk mijn hele lagere school periode gewoond, weliswaar in verschillende huizen op het terrein van het ziekenhuis (Alert), maar wel steeds op dezelfde school. (nou ja, grotendeels dan, maar dat is een verhaal voor een ander moment). Mijn jongste zus is daar geboren, in 1978. Toen was ons gezin compleet, vonden mijn ouders.

Net voor het eind van groep 8 hebben wij afscheid genomen van Ethiopië. Dit afscheid herinner ik mij erg goed. Wat heb ik gehuild, en mij erg verdrietig gevoeld! Wij zijn toen verhuisd naar Louisiana, de Verenigde Staten, via een korte omweg in Stroe (ja, Stroe in Nederland).  In Louisiana woonde wij op het terrein van een voormalige leprakolonie in Carville. Afgelegen, ver van de stad en sociale contacten. Wij hebben veel met elkaar opgetrokken als kinderen! 

Op mijn 15de zijn wij terug verhuisd naar Ethiopië, naar hetzelfde terrein en dezelfde school als waar wij eerder hadden gewoond. Ik ben toen een jaar naar dezelfde school geweest, maar de laatste twee jaar van mijn middelbare school vloog ik heen en weer tussen Kenia en Ethiopië omdat ik op kostschool zat. En hoewel  kostschool misschien nare associaties heeft, kan ik volmondig zeggen dat ik daar de meest zorgeloze en avontuurlijke jaren van mijn leven heb gehad. 
Met mijn high school diploma op zak ben ik in 1989 aangekomen in Nederland, samen met de rest van mijn familie.  Toen is, in mijn beleving, de tweede helft van mijn leven begonnen. 

Een saaie kale opsomming is dit. Het doet geen recht aan de beelden die flitsen door mijn hoofd, de geuren en kleuren die ik gezien heb, de ervaringen die ik heb meegemaakt. De beleving achter deze karige woorden  komt hier niet uit, terwijl de verhalen wel door mijn hoofd heen gonzen, zoekend naar een uitlaatklep. Maar ik moet mezelf ook afvragen of woorden ooit echt de indrukken kunnen vangen die ik graag over wil brengen!